The return of the Red Devils in Holland [exclusief interview]

Geplaatst op 6 July 2017 om 01:00 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: The Red Devils feat. Big Pete
tekst: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2017 in Raalte
datum: zondag 4 juni 2017

De fans werden er in het vroege voorjaar van 2017 plotseling mee geconfronteerd: the return of The Red Devils! Een Europese reünie zomertour met originele Red Devils bandleden zou eindelijk plaats gaan vinden. Te beginnen in Nederland. Oprichter en drummer Bill Bateman, bassist Jonny Ray Bartel en gitarist Paul “The Kid” Size kwamen 25 jaar na de release van het legendarische ‘King King’ album weer bij elkaar. Slaggitarist Dave Lee Bartel’s vervanger zou - net als tijdelijk in 1992 - Mike “The Drifter” Flanigin worden. Niemand minder dan Pieter “Big Pete” van der Pluijm zou de rol van wijlen Lester Butler gaan invullen. Kort erop werden er een paar clubgigs, een Ribs & Blues headline-optreden en een Europese tour als special guests bij ZZ Top aangekondigd. Lester Butler (1959-1998) was een invloedrijk Amerikaanse mondharmonicaspeler. Zijn rauwe en furieuze stijl van spelen met The Red Devils en later met de band 13 heeft grote invloed gehad op talloze bluesrock bands wereldwijd. Geen klein bericht dus voor Big Pete om in die legende zijn schoenen te gaan staan. Maar de boomlange bluesharpist/zanger heeft in zijn indrukwekkende carrière al voor hetere vuren gestaan. Hij kweet zich in Raalte meer dan fantastisch van zijn taak. En na gedane zaken schoven Pete, Paul, Mike en Bill aan voor een nachtelijk interview met The Blues Alone? ‘The best online roots and blues magazine in my opinion’, aldus Big Pete. Die pluim hadden wij alvast te pakken. Maar het grootste compliment ging wat ons betreft toch echt naar The Red Devils zelf. Die na wat roest afkrabben en een verse laag rode menie weer solide en onverslijtbaar voor de dag kwamen.

- Paul, The return of the Red Devils en het 25-jarige jubileum van het ‘King King’ album. Heeft dit een bijzondere betekenis voor je?
Paul [wijst op zijn T-shirt]: Jazeker, ik draag dit met trots man! Na het overlijden van Lester heb ik echt een klote periode gehad. Ik heb drie jaar bij hem in huis gewoond weet je, dat schept een band. Daarna kwam er een tijd dat ik dacht dat The Red Devils een gepasseerd station waren voor mij. Maar die band blijft maar terugkeren in m’n leven, of ik het wil of niet! Blijkbaar hebben we voor de fans meer betekend dan we zelf ooit zullen beseffen.

- ‘American grit meets European hip’, is een zin uit het Red Devils persbericht. Hoe ging die eerste ontmoeting met de nieuwkomers?
Paul: Dat is pas vijf dagen geleden hè, maar het ging goed hoor. Mike ken ik al vanaf mijn 15e jaar uit Denton Texas waar we samen opgroeiden en ook Pete had ik al eens eerder ontmoet. De eerste repetitie met de band verliep gelijk al oké. Vanaf het moment dat we het eerste nummer ‘E Shuffle Turnaround’ inzetten klonk en voelde het meteen vertrouwd. Nu met Pete en Mike erbij zijn The Red Devils écht terug.
Mike: In 1992 verving ik slaggitarist Dave Lee Bartel voor een clubtour door de VS. Toen Paul mij belde voor deze Europese reünie-tour, was ik net klaar met een concert in de Trees club in Dallas. Waar de pistolen gewoon op de tafel lagen - omdat de wet daar toestaat om handvuurwapens te dragen. Dus ik zei direct: ‘yeah, ik kom eraan man!’ haha. Maar de belangrijkste reden dat ik erbij ben is om Paul weer gitaar te zien spelen, en dat meen ik serieus.
Pete: Ook voor mij was het niet helemaal nieuw hoor. Ik speelde al eerder samen met Paul en ik kende de andere originele bandleden natuurlijk ook wel. Maar net als veel fans zag ik The Red Devils deze week pas voor het eerst live optreden, haha!

- Maar je hebt in 2001 toch al opgetreden met oud-bandleden op het Moulin Blues Festival in Ospel?
Pete: Jazeker, maar dat was een gelegenheidsband: de Lester Butler Memorial Band. Daarin zaten behalve Paul Size ook gitarist Alex Schultz en drummer Eddie Clark die later met Lester Butler in de band ‘13′ hebben gespeeld. De bassist was toen Jules van Brakel en ik dus als bluesharpist en zanger.

- Je raakte al op jonge leeftijd geïnspireerd door Lester Butler, waarom?
Pete: Oh ja! Ik zag in 1993 op tv het Red Devils optreden op Pinkpop en ik was gelijk weg van zijn bluesharp stijl. Veel officieel werk was er toen behalve het livealbum ‘King King’ niet uit dus ging ik op zoek naar bootlegs. Ik kocht ook een mondharmonica en probeerde alles na te spelen van Lester. Het duurde tot september 1997 dat ik hem voor het eerst live zag optreden met de band ‘13′ in Nighttown Rotterdam. Na afloop kreeg ik de gelegenheid om mijn held te spreken en ik was bloednerveus. Ik was dan wel een kop groter dan hem maar ook nog maar een knaap van een jaar of 19, en hij was zo ‘overwhelming’. Eenmaal op m’n gemak hebben we toch een leuk gesprek gehad.

- Paul, hoe ben jij eigenlijk in de muziekscene beland?
Paul: Ik was 15 jaar en stopte met school, wilde alleen maar gitaar spelen. Mijn eerste band The Houserockers was met gitarist Johnny Moeller en zijn halfbroer Jason die drummer was. We repeteerde in een schuur en volgens mij was het eerste optreden ook in zo’n Texas shed. We deden vooral blues jams in lokale clubs. En op mijn 19e ben ik dus verhuisd naar de westkust om bij Lester Butler in te trekken en met The Devils te spelen. Johnny Moeller was leadgitarist in The Houserockers maar ik popelde toen al om de solo’s te spelen, haha. Johnny en Jason spelen nu in The Fabulous Thunderbirds en in 1996 heb ik de plaat ‘Return of the Funky Worm’ met hen opgenomen. Ook Mike speelt daarop mee. Op Hammond orgel en piano!

- En nu speel je toch weer gitaar Mike?
Mike: Yeah man, dat ding zat onder het stof toen ik het weer oppakte. Ik had in geen 20 jaar meer gitaar gespeeld toen Bill Bateman me weer voor The Red Devils vroeg. Mijn eerste optreden was destijds in het Holiday Inn in Dallas. Dat was begin jaren negentig, ik was een jaar of 25. Daarna ben ik gaan toeren met The Red Devils en heb ik gespeeld met Antone’s house band in Austin. Sinds ik in New York City Hammond B3 heb leren spelen van mijn idool - de legendarische jazzorganist Big John Patton - ben ik fulltime toetsenist. De afgelopen 7 jaar maak ik met Jimmie Vaughan en Barry “Frosty” Smith deel uit van het Jimmie Vaughan Trio in de Continental Club Gallery in Austin. Maar ik heb ook projecten gedaan met o.a. Steve Miller, Gary Clark Jr. en Billy Gibbons (ZZ Top). Met Billy Gibbons’ band The BFG’s hebben we in 2015 het album ‘Perfectamundo’ opgenomen. En hij speelde dat jaar ook mee op mijn soloplaat ‘The Drifter’.

- Heb je ook live opgetreden met ZZ Top?
Mike: Ja, een gastoptreden voor de Live At Montreux DVD, opgenomen op het Montreux Jazz Festival in 2013. In datzelfde jaar heb ik ook met Jimmie Vaughan in Madison Square Garden New York op het Crossroads Festival van Eric Clapton gespeeld. Clapton vond mij wel “een aardige organist” begreep ik, haha. En nu dus weer als gitarist met de Devils… ja, af en toe knijp ik mezelf ook weleens in m’n arm hoor.

- Wat is het belangrijkste verschil tussen de harmonica-sound van Lester en Pete?
Paul: ‘I see a lot of Lester in him, there’s no doubt!’ Pete speelt met dezelfde intensiteit maar lijkt me minder geobsedeerd door de sound van het instrument. Lester was werkelijk zwáár geobsedeerd om steeds maar weer de ‘magic tone’ te vinden.
Pete: Oh ja, da’s heel herkenbaar hoor! Ik speel inmiddels 25 jaar bluesharp en ik heb die bezetenheid ook gehad. Steeds maar weer andere spullen uitproberen; harmonica’s, microfoons, versterkers… ‘but, trust me - now I know what I’m doing haha’.
Paul: Absoluut. Pete is gedreven door gepassioneerde liefde voor de blues. Ik heb heel veel blues harmonicaspelers gezien en gehoord in mijn leven maar ik wist vanaf het eerste moment: ‘he’s the guy!’

- The Red Devils’ maandagavond optredens in de King King waren populair in de jaren ‘90. Veel artiesten kwamen kijken of jamde mee. Wat was het meest memorabele optreden daar voor jullie?
Paul: Ongetwijfeld de avond dat Mick Jagger meedeed! Gedenkwaardig maar ook angstig. Ik had nog nooit zoveel mensen tegelijk in één golfbeweging richting het podium zien komen. Ik dacht aanvankelijk dat er brand was uitgebroken, echt waar! Maar nee, Mick Jagger kwam het podium op. Wij waren uiteraard op de hoogte dat hij zou komen en mogelijk een of twee nummers ging meedoen. En ik wist dat de Rolling Stones populair waren, maar zo’n reactie had niemand verwacht. We speelden Bo Diddley’s ‘Who Do You Love?’ en ‘Blues with a Feeling’ [Little Walter - red.] met hem. En, ik moet zeggen hij heeft mij die avond compleet omvergeblazen met zijn ontembare energie en soul! ‘He’s amazing’. Echt tien keer beter dan dat wij op dat moment waren, vond ik toen.
Pete: De Stones is nog steeds een té gekke band. Ze hebben in hun lange carrière veel waardering gekregen maar ook kritiek. Onterecht vind ik. Luister naar hun laatste album ‘Blue And Lonesome’, een onvervalste blues plaat. Maar de Stones klinken áltijd als de Stones! ‘I love ‘em man’, en ik zou graag een deuntje met ze meeblazen hoor als ze dit najaar naar Nederland komen.
Paul: Ja, dat zou mooi zijn man, ‘enjoy the show haha’. Weet je, ik was nog een groentje destijds en realiseerde me nauwelijks wat er allemaal om me heen gebeurde. Ze noemde me niet voor niets Paul “The Kid” Size. Op een avond deed er een te gekke dude mee als gitarist, ik had geen idee wie hij was. De andere jongens riepen verbaasd naar me: ‘dat is Brian May man, die Queen-motherfucker’. Haha, ik heb zoveel van die gasten voorbij zien komen of gesproken in de King King club zonder het echt goed te beseffen: Red Hot Chili Peppers, Black Crowes, Motörhead, Angus and Malcolm Young van AC/DC… maar ook acteurs: Chris Elliot en Bruce Willis, die trouwens ook aardig bluesharp kan spelen. Maar niet zo goed als Mick Jagger.

- The Red Devils hebben officieel 2 albums uitgebracht: King King (1992) en Blackwater Roll (1994 EP). Maar onder leiding van producer Rick Rubin is er in 1992 ook opgenomen met Mick Jagger. Waarom zijn die tracks nooit officieel uitgebracht?
Paul: Die avond met Mick in de King King was legendarisch. De energie, het publiek, de meisjes… die hele live-sfeer is later moeilijk te benaderen hoor. Toch stonden we een paar weken later met Mick Jagger in Hollywood in de Ocean Way Recording opnamestudio waar hij aan zijn soloplaat ‘Wandering Spirit’ aan het werken was. Hij en Rick waren echt op zoek naar het spontane ruwe Chicago blues-geluid voor 1 of 2 albumtracks. Zonder goed gerepeteerd te hebben zijn er toen in een paar takes zonder overdubs 13 blues-standards door ons met hem opgenomen. Persoonlijk voelde ik niet de vibe die er een maand eerder in de club wel was. Jagger blijkbaar ook niet want hij heeft geen van de tracks gebruikt [’Checkin’ Up on My Baby’ verscheen in 2007 wel op The Very Best of Mick Jagger – red.]. Hij heeft overigens een jaar later tijdens onze tour door de UK nog wel een paar keer live meegespeeld in Londen. Weer later verscheen op duistere wijze ‘The Famous Blues Session’ van Mick Jagger And The Red Devils toch als bootleg op de markt. Er gaan verschillende verhalen rond hoe de originele opnamen gelekt zouden zijn. Maar niemand weet dat ik ‘the key to the vault’ heb met daarin de DAT masters, hahaha. Hoe dan ook, laten we het er maar op houden dat het een goede eerste blauwdruk was voor ‘Blue & Lonesome’.

Ondertussen zijn bassist Jonny Ray Bartel en drummer Bill Bateman ook aangeschoven, waardoor de band compleet is. Jonny Ray en Mike houden zich op de achtergrond maar Bill heeft in tegenstelling tot vanmiddag, toen we hem tijdens het eten aanspraken, best zin in een praatje: ‘I was probably savagely hungry’…

- In 1993 tourde The Red Devils door Nederland en speelde o.a. op het Moulin Blues Festival, De Haagse Koninginnenacht en het Pinkpop Festival. Wat herinneren jullie je nog van die optredens?
Paul: Dat we erg vroeg optraden op Pinkpop, iets van half elf ’s-ochtends of zo. Maar Lester was vroeg in de morgen na een paar joints al zo opgefokt, hij wilde persé gaan bungy-jumpen. Dus dat gebeurde ook… met hem als enige springer. Hij was een volwaardig thrillseeker en een volslagen maniak op zijn tijd. ‘That’s not showbizz bullshit folks’, om het in zijn eigen woorden te zeggen.
Bill: Ja dat was heftig en we hadden de avond ervoor ook nog opgetreden in een dorpje in het noorden van Nederland. Ik nam plaats achter m’n drumkit en zag die zee van mensen voor me. Plotseling voelde ik mijn linkerarm niet meer, alsof die verlamd was. Dat heeft het hele optreden geduurd en ik voelde me niet bepaald prettig. Ik heb het nooit eerder aan iemand verteld maar ik geloof ook niet dat iemand het ooit gemerkt heeft, haha.
Pete: Ik heb die Pinkpop video tientallen keren gezien maar het is mij nooit opgevallen, en met een camera op je gericht zelfs. Je gaat juist als een gek tekeer achter die kit Bill!

- Bill, je bent een Blaster en medeoprichter van de band The Blue Shadows, voorloper van The Red Devils. Helaas zijn er met die line-up weinig audio-opnamen gemaakt. Hoe is die band ontstaan?
Bill: ‘Oh yeah, I had a gazillion bands’. Ik was toen drummer in de roots-rock band The Blasters. Nadat gitarist Hollywood Fats in 1986 overleed en Dave Alvin in 1988 solo ging, zochten we een nieuwe gitarist. Dat werd Greg “Smokey” Hormel en hij ging ook als bluesgitarist in The Stumblebums spelen. Met deze band, die verder bestond uit een harmonicaspeler en een bassist met staande bas, traden we in 1989 op in een club in Hollywood. Daar kwam Lester Butler langs, ‘he was clean and sober’ speelde bluesharp maar had geen band. Een kennis van mij Mario Melendez had een Chinees restaurant aan de 6th Street and La Brea, in Hollywood ‘King King’ genaamd. Dat fungeerden op de maandagavonden als een live music venue. Hij belde me op met de vraag of ik er met een band kon komen spelen. Met Lester, Greg, Jonny Ray en Dave Lee Bartel en wisselende muzikanten zijn we toen onder de naam The Blue Shadows die maandagavondsessies gaan doen. We werden huisband en kregen 35 dollar de man. Lester vond het geweldig, geld verdienen met muziek maken was zijn wens! En, hij had nog nooit eerder in een band gezeten. Maar als The Blue Shadows hebben we nooit een officiële plaat gemaakt.
Pete: Ik heb wel bootleg opnamen van de Blue Shadows hoor. Ik heb ook nog ruwe opnamen van drie dagen met outtakes van het ‘King King’ live-album, met wel vier verschillende ‘Automatic’ versies erop!
Paul: Ohw, maar dáár heb ik wel 16 uur aan opnames van ‘in the vault’, haha.

- Wanneer kwam jij bij de band in beeld Paul?
Paul: Eigenlijk had Hook Herrera mij al eerder aanbevolen bij Lester en de jongens. Maar ik vernam nooit iets vanuit Hollywood. Toen in de zomer van 1990 Junior Watson bij ons in de stad kwam spelen sprak ik met hem na afloop. Ik zij dat ik zijn versie van ‘The Hucklebuck’ te gek vond en Lester Butler kwam op de een of andere manier ook ter sprake. Kort erop werd ik gebeld door Lester: ‘Junior said you’re the shit, so I’m sending you… 200 dollars!’ Dat was exact het bedrag dat ik nodig had om de reis van Texas naar de westkust te kunnen maken. Ik was 19 jaar en woonde met mijn ouders in een trailerpark, had daar niks meer te zoeken. Tegen hun zin in vertrok ik in een oude Toyota pickup truck met mijn gitaar op de achterbank naar Los Angeles. Op de U.S. Highway 101 kreeg ik problemen met de koppeling en ik dacht ‘oh shit’, maar ik haalde het net. Lester kwam me tegemoet lopen in z’n funky shorts en riep enthousiast: ‘hey! you’re the kid from Texas? C’mon man!’
Bill: Haha… ja, zij waren de hillbillies van de band! Santa Monica westside L.A. ghetto style.


[The Red Devils promo-pic early 90’s]

- En The Red Devils zagen toen het licht?
Bill: Nee, niet helemaal. De band line-up wel maar de naam veranderde later pas. Muziekproducent Rick Rubin zag het wel in ons zitten en hij zorgde er in 1991 ook voor dat de live-opnames in de ‘King King’ tot stand kwamen. Rick zag eens dat Jonny Ray Bartel met een button op z’n spijkerjack liep en vroeg hem: ‘what’s that?’ En Jonny Ray zei nonchalant: ‘ohw, dat was mijn ouwe band waar ik in 1980 met Dave Lee in speelde’. En Rick riep verbaasd: ‘you’re old band?! That’s you’re new band too!’ Nou, daar waren wij het toch niet helemaal mee eens om plotseling als The Red Devils door het leven te gaan. Dus spraken Lester, Paul en ik af om een paar honderd andere bandnamen op te schrijven en aan Rick te geven. Want blijkbaar bestond er al een countryband die zich ook The Blue Shadows noemde dus Rick wilde van die naam af. Afijn, de volgende dag gaven wij hem die lijst met honderden naamsuggesties maar hij keek er niet eens naar! ‘No, you’re The Red Devils’. En dat was dat.

- Welke Lester Butler song is extra bijzonder voor jullie?
Paul: ‘Devil Woman’. Ik heb die gitaarriff bedacht en van dichtbij meegemaakt hoe dat nummer is ontstaan. Ik heb bij Lester en zijn vriendin Laurie in huis gewoond en hun soms stroef lopende relatie van dichtbij meegemaakt. Ik begrijp helemaal waar dit blues-nummer over gaat, ‘and I love the song’.
Pete: Absoluut, dat is ook mijn favoriete Lester nummer.

- Tot slot, wat kunnen we na deze overweldigende start van The Red Devils 2.0 verwachten? En komt er ook nieuw werk uit?
Bill: Het is simpel: ‘if anybody want us to play, we play!’
Paul: ‘There’s lots in the basket’, nieuwe deuren gaan weer open hebben we gemerkt. In juli toeren we als special guests met ZZ Top door Europa. Er zijn nog geen plannen voor nieuwe songs maar wie weet wat er gebeurd als we weer on the road zijn. De afgelopen drie shows in Amersfoort (Fluor 2 juni), De Bosuil (Weert 3 juni) en het festivaloptreden hier vandaag in Raalte gingen superlekker en zijn ook opgenomen. Wellicht dat we daar ter promotie nog wat mee gaan doen [Red Devils’ Ribs & Blues show is te zien via YouTube en de nieuwe live promo-Cd is er inmiddels ook – red.].
Pete: Maar we hebben toch al een nieuwe song: ‘I met a Cross Eyed Girl’ [Paul giert het uit en zingt lachend een regel voor - een onderonsje dat aantoont dat het met de sfeer in deze band wel goed zit – red.].
Bill: Weet je, we willen misschien wel van alles maar kunnen het gewoon niet allemaal doen. We wonen ver uit elkaar en bovendien zijn we geen kids meer. We hebben individueel onze vleugels uitgeslagen. Met ook andere verplichtingen of afspraken en met gezinnen, vrouwen en opgroeiende kinderen… maar voor nu is het oké. ‘We have a lot of catching up to do’.


[Het legendarische ‘King King’ album 1992 - inzet: Return of the Red Devils promo-Cd 2017]

The Red Devils 2017 are:
Big Pete: vocal & harmonica
Paul Size: lead guitar
Mike Flanigin: rhythm guitar
Jonny Ray Bartel: bass
Bill Bateman: drums

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 05-06-17

Geplaatst op 15 June 2017 om 22:52 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Blues So Dirty You Can Smell It @ Ribs & Blues 2017 (Day 3)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

Na die heerlijke afsluiter de avond ervoor op de R&B Mainstage en ons interview tot diep in de nacht met The Red Devils, gingen wij vanmorgen weer fris van de lever van ons hotel richting Raalte. ‘Jij bent nu toch in the mood voor vuige Chicago blues, dus versla jij de Giles Robson Band maar dan begin ik rustig aan met Matt Andersen’, zei Nicolette. Geen probleem, zompige harmonica blues kan ik elk uur van de dag horen.

Bovendien was het mijn eerste kennismaking met de Giles Robson Band sinds de voorman is gestopt met The Dirty Aces, en dat beviel uitstekend. Als je de man aanvankelijk zo over het podium ziet sjokken moet je nou niet gelijk denken aan een ras entertainer. Toch zal die je doen verbazen wanneer hij eenmaal loskomt. Want de Engelsman is echt een van de beste bluesharp-spelers van dit moment en het publiek vermaken kan je ook gerust aan hem overlaten. Met gitarist Filip Kozlowski, bassist Jeff Walker en drummer Darren Crome staat er een hecht team op het podium.

Matt Andersen brengt een mix van folk, soul maar ook blues. De sympathieke, imposante man heeft zijn plek in mijn hart allang weten zeker te stellen en opent met ‘In Time Of Trouble’ wat hij opdraagt aan een fan. De jonge dame naast mij veert op, is zij het die deze song heeft aangevraagd? We komen er niet achter want ik wil niet op mijn plekje op de eerste rij door een akoestische set heen praten. Toch knap dat je het lef hebt om in je eentje voor zo’n grote tent de menigte zó bij de strot kan grijpen met ‘The Gift Of Life’. Matt Andersen vertelt ons dat het zijn laatste optreden is van een hele week touren door Europa en vandaag is het een “good hairday” dus mogen we genieten van zijn exquise fingerpicking eind aan ‘Burning Flame’.

Robert Ellis heeft zonder twijfel zich in de mooiste outfit die ik tijdens dit festival heb kunnen spotten gehesen. Het pak wat de man draagt is voorzien van afbeeldingen van “the galaxy”, een ode aan het spacecenter van zijn hometown Houston Texas. Of staat het pak symbool voor wat deze 27 jarige nog wil veroveren?… the universe is yours Robert, zou ik de man willen zeggen want we zijn getuige van een rasechte liedjesschrijver van bijvoorbeeld ‘Perfect Stranger’, een mix tussen country, jazz en blues. Al jaren wordt Ellis bijgestaan door gitarist Kelly Doyle en de twee mannen met de Stetsons, bassist Geoffrey Muller en Tank op drums.

Tijdens deze Ribs & Blues editie werden er veel odes gebracht aan de onlangs overleden Gregg Allman. Terecht natuurlijk, want The Allman Brothers Band was een van de belangrijkere Southern rock- en bluesbands van de jaren zeventig. Ze zijn er zelf te bescheiden voor, maar eigenlijk kan hetzelfde worden gezegd van Barrelhouse: een van de belangrijkere bluesbands van de jaren zeventig in Nederland met een zeer goede live-reputatie. Met twee nummers van hun laatste CD Almost There, ‘Don’t Hold Your Breath’ en het instrumentale ‘Hoky Poky’ – een fraaie en geslaagde variatie op The Allman Bros ‘Jessica’ – herdacht ook Barrelhouse op schitterende wijze Gregg Allman. Waarin de broers Guus en Johnny Laporte in de beste Allman traditie een twin lead slidegitaarsolo gaven met een hoog kippenvel gehalte.

Daar waren ze weer! Ook bijna kinderen aan huis in Raalte, de kwajongens van The Grand East uit Overijssel. Ongetwijfeld de beste psychedelische jammband van Nederland. Sinds het label Goomah hun boekingen doet en er ervoor zorgde dat ze hun eerste echt plaat ‘Movano Camerata’ konden uitbrengen, gaat het er een stuk professioneler aan toe bij de jonge honden. Hun thuisbasis is inmiddels Utrecht waar ze aan de Oudegracht de studio van DeWolff mogen gebruiken voor repetities. Want ondanks dat de boys gepokt en gemazeld zijn op de planken van rokerige kroegen en donkere clubs kan een steady thuisbasis geen kwaad. Maar je kunt Twents vee ophokken waar je wilt, eenmaal losgelaten slaan ze weer ouderwets op hol. Veel volume, veel spotlights, veel rook, maar vooral dus veel energie op de Delta Stage.

Michelle David zingt soul, R & B fantastisch geblend met Gospel, maar zingen is voor deze kleine, grote dame een understatement. Wàt kan deze dochter van de soul zingen zeg, maar niet alleen haar stem is prettig om naar te luisteren ook kijken naar David, die oorspronkelijk uit New York komt en alweer een kleine 15 jaar Nederland haar thuis noemt, is een plezier. Ze is uitgelaten, dartel en blijmoedig wat eigenlijk allemaal hetzelfde is. Michelle is vooral overrompelend! Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat deze kleine donderstraal in vele grote musicals heeft gestaan én dat de dame de backing-vocals voor Diana Ross verzorgde.

Sari Schorr uit New York is een goedlachse dame op het podium. Innes Sibun is de gitarist van haar huidige begeleidingsband The Engine Room en hij trad eerder onder meer op met Robert Plant. Om deze kanjer samen met bassist Kevin Jefferies (o.a. Jeff Beck) die op Ribs & Blues vervangen werd door Ian Jennings, keyboardspeler Anders Olinder (o.a. Glenn Hughes) en drummer Kevin O’Rourke in je band te hebben, is ook een reden tot lachen. Eigenlijk is Sari meer te plaatsen in het mainstream rock genre. Maar ze is vooral live zo veelzijdig dat je haar om het even op elk podium kan neerzetten. ‘A powerhouse vocalist’ zoals Walter Trout haar die avond noemde en waarmee zij dan weer een nummertje mee mocht zingen op de Mainstage. Want tijdens het Ribs & Blues festival zijn we allemaal vrienden en vriendinnen van elkaar. Zoals dat hoort.

Deze keer zet Walter Trout niet zijn zoon in de spotlights maar gelijk in 2015 zijn trouwe tourmanager Andrew Elt, de man speelt ook een behoorlijke partij op de gitaar kunt u van mij aannemen. Als Trout ‘The Love We Once Had’ aan zijn vrouw Marie opdraagt breekt de grote, stoere man, hij houdt het letterlijk niet meer droog… de tranen krijgen de vrije loop. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat zij aan zijn zijde bleef toen hij alles opnieuw moest leren zoals lopen en de kleine motoriek weer leren te gebruiken. Een mooie verrassing valt het publiek ten deel als de laatste act van het Delta Stage, Sari Schorr ook nog een nummer mee komt zingen. Met ‘Going Down’ komt er een einde aan een enerverend, divers maar vooral heel fijn weekend vol vuige, smerige Blues afgewisseld met Americana, Britpop en Gospel.


[lees hier uitgebreide verslagen door Giel & Nicolette via TBA?]

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 04-06-17

Geplaatst op 13 June 2017 om 22:59 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Blues So Dirty You Can Smell It @ Ribs & Blues 2017 (Day 2)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

Om kwart over een op de eerste Pinsterdag is het showtime voor de roots en bluesfans, de vaste en de nieuwe bezoekers van Ribs & Blues. Er wordt op het grote podium afgetrapt met een combinatie van roots, country, americana en bluegrass. Even wennen maar deze delegatie van TBA? gaan er met een open vizier in.

Brian ‘Nugget’ Gorby van de Hackensaw Boys op een vreemd ogend ritme instrument, hij heeft zijn instrument ‘Charismo’ genoemd, een verzameling blikjes, gekrulde stukken ijzer en wat geribbeld ijzer die wellicht van een washboard afkomstig zijn en twee wieldoppen voor de buik. Overigens is het meest recente album van de Hackensaw Boys vernoemd naar dit vreemsoortige instrument.

Het geheim van de Detonics? Een goed opgebouwde setlist met eigen en originele tribute-songs (van o.a. Memphis Slim, Johnny Otis, Little Richard, Muddy Waters, Goree Carter) en veel variatie in grooves en in solo’s. Met vooral gitarist Jeremy Aussems, de Gelderse toetsenist Raimond de Nijs op de Hammond en piano en zanger/bluesharpist Kars van Nus als blikvangers. De same old story in een fris overhemd.

Ruben Hoeke is een begenadigd gitarist en een bevlogen jongen die altijd bezig is om zichzelf en het bandgeluid van de Ruben Hoeke Band (RHB) te ontwikkelen. Iets wat veel Nederlandse ‘bluesbandjes’ nalaten om te doen doet hij voortdurend: werken aan een internationale sound met een eigen identiteit. De feelgood bluesrock van de RHB wordt daarom door zowel blues- als rockliefhebbers gewaardeerd. Desalniettemin was het openingsnummer van het concert (én van het laatste album) het aloude ‘That’s The Boogie’, een up-tempo rockversie van z’n pa Rob Hoeke’s Rythm & Blues Group [een TBA?-interview met Ruben Hoek volgt later dit jaar].

Darlyn is een Nederlandse, jonge band die Americana en Bluegrass combineren met invloeden van Crosby, Stills & Nash en Fleetwood Mac. De band bestaat uit niet minder dan zes man eigenlijk vier mannen en twee dames. We zien twee lieftallige, mooie blondines het podium opkomen waarvan een, Nadine Dekker, haar positie bij de percussie inneemt maar later zien we dat zij ook nog de viool ter hand neemt. De zangeres, Diwa Meijman, doet mij aan andere tijden denken want zij heeft het frêle van Stevie Nicks.

Haar meest recente album, ‘People We Become’, is o.m. in de UK met open armen onthaald en mag veel goede recensies in ontvangst nemen. Natuurlijk zingt zij nummers van dit jongste album maar de grote verrassing komt als Jo Harman ‘Papa Was A Rolling Stone’ van de Temptations geheel naar haar hand zet. Wàt een lef om dit nummer een eigen draai te geven, uitmuntend! Jo Harman pakt keer op keer haar moment met mooie uithalen en volgens mijn buurman is het ook zo fijn dat men zo aandachtig naar haar luistert… not! Zo ontzettend zonde om deze gedegen set niet op waarde te waarderen.

We waren verheugd dat er maar liefst zeven nummers van de laatste plaat ‘Bedlam!’ gespeeld werden. Nog even voor de duidelijkheid: T-99 is T-99 en speelt verschillende stijlen naast en door elkaar: rock-‘n-roll, blues, country, rhythm & blues, soul, rockabilly, surfrock, punkrock, trashcan-boogie, psychedelische woestijnrock… whatever, maar altijd ‘in your face!’ Want het klinkt steeds weer als T-99, al 18 jaar lang. Al heeft die sound zich onder leiding van perfectionist Mischa den Haring wel steeds doorontwikkeld.

De naamgever van deze band Davina & The Vagabonds, Davina Somers komt uit Minnesota US en de volslanke, met tattoos beschilderde vocaliste achter de electrische piano ziet zich omringd door vier heren waarvan er twee de blazers-sectie vormen. De dame boekt over de hele wereld successen en heeft inmiddels met de promotie van haar derde album ‘Sunshine’ heel wat internationale podia beklommen waar het optreden in Jools Holland’s Later haar geen windeieren heeft gelegd.

Maar weinig ‘toevallige’ bezoekers zullen vóór hun bezoek aan Ribs & Blues van Jack Broadbent (in de wandelgangen ludiek “Sjaak Breedband” genoemd) gehoord hebben. Toch heeft de Britse slidegitarist en -zanger alweer vier soloalbums op zijn naam staan en hij heeft ook al heel veel internationale live-ervaring opgedaan. Happy Jack is ook slim genoeg om veel catchy covers in zijn setlijst repertoire te verweven. Met ‘On The Road Again’ van Canned Heat en ‘The Wind Cries Mary’ van Jimi Hendrix weet hij de blues puristen voor zich te winnen. Millionsellers als ‘Black Magic Woman’ en de singalong ‘Hit the Road Jack’ veroorzaken ook in deze tent bijna Beach Boys-taferelen bij de al dan niet beschonken passanten.

Drie van de DVL bandleden komen uit The Hoax en Dave Doherty werkte met Jon Amor samen in de Jon Amor Blues Group. Hoewel ze afgelopen najaar al eerder door de Nederlandse zalen trokken met het repertoire van Lester Butler en zijn Rode duivels brengt DVL hier in Raalte een ander repertoire omdat vandaag ook de dag is van ‘the return of the Red Devils’ op het Raaltese podium. De sympatieke Guy Forsyth kan waar ook in de Low Lands van Nederland en België rekenen op een vaste schare fans, hier in Raalte is het niet anders.

Deze act die zich aan de bezoekers van Ribs & Blues zal gaan voorstellen stond al eerder op een Nederlands podium, zo trad hij vorig jaar op tijdens Breda Barst en in Zwolle tijdens Let’s Get Lost festival, dit jaar verscheen hij op Paaspop maar we hebben nog niet het genoegen gehad deze Louis Berry uit Liverpool te mogen aanschouwen en beluisteren. De man schijnt een mix te brengen van pop meets blues… Na een kleine vertraging ten gevolge van een technisch probleem is het om twintig minuten voor negen tijd om het eerste nummer de tent in te knallen. Wat dat doet de band, knallen! Devil Run is een kruising tussen Britpop en blues wat o.a. mede door de achtergrond zangeressen lekker fris klinkt.

Het gebeurt niet vaak dat een band in hetzelfde weekend zowel op Ribs & Blues en op Pinkpop staat. Dit zegt wel voldoende over de groei die My Baby de afgelopen twee jaar heeft doorgemaakt. Blues ontmoet Dance met ongebreidelde voodoo invloeden, het leek op vloeken in de kerk. Maar in het geval van deze verkondigers pakte het dus verrassend goed uit. In een psychedelische mix komt het beste uit die twee traditionele muziekstijlen samen. Waarover zangeres Cato haar bezwerende bijna transcendente vocalen en kreetjes als een zijden sjaal drapeert. En sinds de release van ‘Prehistoric Rhythm’ (2017) lijkt ook My Baby’s visuele marketingplaatje (vooral belangrijk in de dancescene) internationaal levensvatbaar te zijn.

Een reünie zomertour met de originele Red Devils bandleden zou dan eindelijk plaats gaan vinden. Oprichter en drummer Bill Bateman, bassist Jonny Ray Bartel en gitarist Paul ‘The Kid’ Size kwamen aangevuld met de ooit tijdelijke gitarist Mike Flanigin (o.a. ook Jimmie Vaughan en de Billy Gibbons Band) weer bij elkaar. Geen klein bericht voor Pieter ‘Big Pete’ van der Pluijm om even voor een tourtje in legende Lester Butler zijn schoenen te gaan staan. Maar de boomlange Hoekenees heeft in zijn eigen indrukwekkende carrière wel voor hetere vuren gestaan. Hij kweet zich in Raalte meer dan fantastisch van zijn taak. De stoom van opwinding kwam figuurlijk bij de bandleden uit de oren. Ook al lieten met name de cool guys Bateman, Bartel en Flanigin dat op het podium natuurlijk niet merken. Alle bandleden waren in topvorm met Paul Size voorop. Wat laat die kerel zijn gitaar nog steeds verduiveld lekker scheuren zeg! De Devils zelf verklaarden na afloop ‘the King King vibe’ weer helemaal terug te hebben, een geweldig compliment natuurlijk! [een uitgebreid interview met The Red Devils is binnenkort hier en bij TBA? te lezen].

[lees uitgebreide verslagen via online magazine TBA?]

21ste Ribs & Blues Festival te Raalte 03-06-17

Geplaatst op 13 June 2017 om 22:47 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Ribs & Beach @ Saturday’s Ribs & Blues 2017 (Day 1)

Een sfeerverslag voor The Blues Alone? van het 21ste Ribs & Blues Festival te Raalte op 3, 4 en 5 juni 2017 door Giel van der Hoeven en Nicolette Johns met foto’s van Gerrie van Barneveld en José Gallois (klik hier voor zijn album).

De Ribs & Blues-zaterdag had niet veel met blues- en rootsmuziek van doen. Door de zomerse temperatuur, de geur van gegrild vlees en het optreden van de legendarische Beach Boys, inclusief metershoge palmbomen voor het podium en zonnige beelden van surfende meisjes op het immense led-scherm, was er eerder sprake van een Ribs en Beach-avond. The Beach Boys, zegt u? Jazeker. Programmeur Frank Satink kon deze uitdaging niet aan zich voorbij laten gaan toen hem die kans geboden werd: “toch een band met de statuur van The Beatles en The Rolling Stones, iedereen kent ze”.

Meestergitarist Erwin Java van King Of The World, doet vermoeden dat de zes snaren niets liever willen dan door hem geliefkoosd en soms gegeseld te worden, zij buigen gedwee onder zijn vingers. Een soort Histoire d’Ô van gitarist en gitaar zeg maar…

Bertus Borgers is er ook weer om ons verblijden met een vette sax-solo in ‘Holy Holy Life’. Daarmee is er toch écht een einde gekomen aan de zeer goede set van de Golden Earring wat een aaneenschakeling van de vele hits bleek. “Knock Yourselves Out” zijn de woorden waarmee Barry Hay afscheid neemt van zijn publiek.

Het publiek in Raalte – van opa tot kleinkind – smulden van de Beach Boys en zongen zo’n beetje alle refreintjes luidkeels mee. Van ‘Surfin’ uit 1961 tot ‘Kokomo’ uit 1989, stuk voor stuk passeerden ze de revue. Verbazingwekkend hoeveel van die zonnige popdeuntjes zich kennelijk ongemerkt in de geheugens van muziekliefhebbers hebben genesteld. Of je nou fan van ze was of niet.

Ondertussen horen we Bowie’s ‘Let’s Dance’ maar het zijn niet alleen gouwe ouwe die deze Edwin Evers Band speelt, ook Bruno Mars’ ‘Too Hot’ staat op de set-list. Voor de oudere jongere in de tent komt Toto voorbij maar ook U2’s ‘One’ waar ik eerlijkheidshalve toch wel moet bekennen dat Maxine de boel leidt én redt! Inmiddels zie ik Ferry van Leeuwen ook nog Crowded House op de akoestische gitaar spelen.

[lees uitgebreide verslagen via online magazine TBA?]

Holland International Blues festival 2017

Geplaatst op 11 June 2017 om 23:45 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail


[vintage Grollo compilation - “Bluesbrother, Can You Spare a Dime?"]


[de voorzit op het ‘Besloten Partij’ terras bij Café Hofsteenge]


[met de banden vol met wind naar bluestown Grolloo]

Holland International Blues festival 2017