‘Singing Sweet home Alabama all summer long’

Geplaatst op 5 August 2018 om 12:00 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail


Meeting w/ Jan: It’s Only Rock ‘n Texel, but we like it!


Come sail your ships around me - And burn your bridges down


The heat is still on!


26 years Savoir Fair


Summer BBQ @home

De muzikale roadtrip van Lisa LeBlanc [interview]

Geplaatst op 24 July 2018 om 14:03 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Lisa LeBlanc
tekst & video: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2018 in Raalte
datum: zondag 20 mei 2018

Lisa LeBlanc (1990) heeft zo haar eigen kijk op het leven en op de liefde. Songs van haar hand als: ‘I Love You I Don’t Love You I Don’t Know’ (met Award-winning singer Sam Roberts), ‘Dump the Guy ASAP’, ‘Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee?’ en ‘You Look Like Trouble But I Guess I Do Too’, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. En dat wil Lisa gerust uitleggen in een interview aan TBA? zegt ze lachend. Ze spreekt Engels met een grappig Frans accent, ’sorry, I’m trying to find my words here’ en ze geniet van de vibe tijdens haar eerste Nederlandse festivalbezoek. Als ze later in een feloranje jurkje en knalgele maillot breed lachend het podium op stapt, krijgt het publiek een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans-Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is in een muzikale roadtrip.

Hallo Lisa, is dit je eerste bezoek aan Nederland?
- Als optredend artiest wel. Als toerist ben ik eerder een paar dagen in Amsterdam geweest, zoals zoveel van mijn Canadese landgenoten.

Je bent Canadese en van Acadians Franse oorsprong?
- Ja dat klopt. Ik ben geboren in Rosaireville, New Brunswick en tweetalig opgevoed. Mijn moedertaal is Frans, ik ging ook naar Franstalige scholen, maar je hoort zoveel Engels om je heen dat je die taal als kind onbewust oppakt. De Acadians zijn afstammelingen van Franse kolonisten die zich in de 17e en 18e eeuw in Acadia vestigden. Dus, het huidige Quebec, New Brunswick en Nova Scotia. Het woord Acadians is in loop van de tijd trouwens verbasterd tot Cajuns.

Is het voor een Frans-Canadese artiest lastiger om Engelstalige muziek uit te brengen?
- Dat hangt ervan af van hoe je er zelf in staat. Traditioneel is het zo dat artiesten uit Quebec alleen in de provincie hun werk uitbrengen en er optreden, wat met meer dan achtmiljoen inwoners ook geen straf is. Maar de jongere (pop/rock) generatie is toch meer geneigd om grenzen te verleggen. Letterlijk en figuurlijk. Ik ‘hussle between the communities’ zeg ik altijd maar.

Wist je als kind al dat je professioneel muzikante zou worden?
- Ja, sinds mijn 12e jaar weet ik dat dit mijn roeping is. Rond mijn 14e jaar componeerde ik al eigen songs en deed ik kleine optredens in bars. En toen ik 20 jaar was werd ik verkozen tot veelbelovende singer-songwriter op het ‘Festival international de la chanson de Granby’. Een belangrijk evenement in Granby (Quebec) dat dit jaar in september het 50-jarig jubileum viert.

Eh ja… maar gaan meisjes van 14 jaar - zelfs in Canada - niet achter boybands aan?
- Hihi, nee dat niet. Maar ik was wel een normale puber hoor! Geen boybands, ik was op die leeftijd juist een groot classicrockfan. Aerosmith, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bon Jovi, Heart. Oh, en Fleetwood Mac, ik wilde óók ooit een Stevie Nicks worden! Vreemd genoeg heb ik een Canadees singer-songwriter als Neil Young pas de laatste jaren ontdekt. Een album als ‘On the Beach’ (1974) is echt te gek. Er valt voor mij nog zóveel goede muziek uit te pluizen… ‘it’s something you can discover all your life.’

Wat maakte het leven als kind verder leuk aan de oostkust van Canada?
- Ik ben een echt plattelandsmeisje, ik genoot- en geniet nog steeds van de natuur. En tja, ik was al jong met muziek bezig. Dus tijd om te sporten of iets dergelijks was er niet. Dat was ook niet iets wat m’n ouders stimuleerden of zo. Ik heb één oudere broer. Hij is ook muzikant en zanger. Wie weet gaan we ooit nog eens samen optreden.

Wanneer kwam het keerpunt dat je muziek een mix van “Folk-trash” werd, zoals je het zelf beschrijft?
- Ehm, ja eigenlijk ben is dus begonnen als rock-’n-roller, haha. Die energie en rauwheid van rockmuziek sprak mij nou eenmaal enorm aan. Maar ik kom uit een omgeving waar veel cajun-, country-, bluegrass-, roots- en bluesmuziek gemaakt werd. Met ook nog eens het jaarlijkse Harvest Jazz & Blues Festival in de buurt, in Fredericton, New Brunswick. Ik moest daar aanvankelijk niet zoveel van hebben en vertrok naar de grote stad, Montreal. Maar de banjo ging wél mee en ik ontdekte dat je dat instrument op vele manieren kan toepassen.

Welke instrumenten bespeel je allemaal?
- Akoestische- en elektrische gitaar, mandoline en banjo… én triangel, haha. Ik kan sinds kort ook twee songs op de viool spelen. Maar daar waag ik mij nog maar niet aan op het podium.

Wanneer schrijf je liever songs: als je thuis bent of onderweg?
- Laat ik het zo zeggen: onderweg beleef je het meeste, dus dat zou meer voor de hand liggen. Maar hele songs schrijven ‘on the road’ is me nog niet gelukt. Ik probeer het mezelf wel eigen te maken maar voorlopig blijft het bij notities en fragmenten die ik later thuis wel voor nieuwe songs gebruik.

Wat is de belangrijkste boodschap die je te vertellen hebt met je songteksten?
- Jeetje, ik ben niet zo van grote boodschappen hoor. Mijn teksten zijn gewoon persoonlijke verhaaltjes over liefde en vriendschap in eerlijke folk-country liedjes. Liedjes die je op duizend manieren kan interpreteren en spelen, dat houdt het ook spannend. En áls ik al een boodschap heb, dan is het dat ik de mensen graag beter wil leren kennen.

Je debuutalbum ‘Lisa LeBlanc’ (2013) was Franstalig, daarna volgden een Engelstalige EP ‘Highways, Heartaches and Time Well Wasted’ (2014). Het 3de album ‘Why You Wanna Leave, Runaway Queen?’ (2016) is Engelstalig met twee Franstalige songs. Blijf je altijd tweetalig schrijven en zingen?
- Ja, dat denk ik wel. Ik vind het prettig om in beide talen te schrijven. De Engelse taal is uiteraard meer internationaal gericht. En mijn moedertaal is toch Frans… of meer Frenglish, een macaronische mix van het Frans en Engels. Maar ik kan met beide talen goed uit de voeten.

Je laatste plaat heeft ook duidelijk een ander geluid dan die eerste twee. Is dat volwassenheid?
- Wellicht. Behalve artiest ben ik ook een groot muziekliefhebber die zoveel mogelijk probeert te ontdekken. Dat album kwam tot stand na een roadtrip van twee maanden door de VS. Op een ontdekkingstocht door Nashville, Lafayette, New Orleans, Austin, Asheville en New York heb ik zóveel nieuwe dingen gehoord! Dat heeft ongetwijfeld ook invloed gehad op mijn schrijfstijl en manier van musiceren. In Blackpot Camp in Eunice, Louisiana verwierf ik nieuwe vaardigheden om mijn gitaar- en banjo-technieken te verfijnen. Ik heb in workshops Cajun-muziek leren spelen - wie had dat gedacht?! Zoals Appalachian old time banjo, clawhammer style en flatpicking bluegrass, three-finger style.

Stoort het je als - met een nummer zoals ‘You Look Like Trouble (But I Guess I Do Too) - er een vergelijking wordt gemaakt met Mumford & Sons? (’Little Lion Man’)
- Oh ja, doen mensen dat? Grappig. Nou, als men Mumford & Sons goed vindt is dat natuurlijk een compliment voor mij. En zo niet, dan niet. Hahaha.

Was de titelsong ‘Highways, Heartaches en Time Well Wasted’ (2014) geïnspireerd door de soundtrack van Ennio Morricone’s ‘Once Upon a Time in the West’?
- Zeker. Ik ben dol op de sfeer van spaghettiwesterns en die soundtracks. Maar ook fraaie Hawaiiaanse muziek hoor ik graag. Mijn albums kan je ook beluisteren als een verzameling roadsongs geïnspireerd door belevenissen en de mensen die ik tijdens mijn reizen ontmoet heb.

De track ‘Why Does It Feel So Lonely (When You Are Around)?’ bevat zelfs een orkestarrangement …
- ‘Haha, that’s our little splurge,’… lekker over de top. We wilde eens luxe doen en huurden een strijkkwartet in voor 20 seconden, haha.

Waarom koos je ‘Ace Of Spades’ van Motörhead als coversong?
- Met deze band speel ik al ruim zeven jaar samen en het zijn allemaal metalheads van oorsprong, haha. Wij zien er misschien braaf uit maar in de tourbus gaan we hélemaal los op Metallica, Megadeth en Motörhead! Dus er móest gewoon een metal-song op de setlist komen te staan; ‘to play the shit out of our lives! Whaha.’

Is dat te doen als enige vrouw in de band? En stel de mannen eens voor?
- Tuurlijk! ‘It’s one crazy bunch of dudes, but they are all sweethearts.’ Maar om een onduidelijke reden zijn ze ineens allemaal behaard, haha. De bandleden zijn gitarist Mico Roy - met snor, hij speelde met het New Brunswick indie folk trio Les Hay Babies. Bassist Benoit Morier - met snor, speelt ook gitaar en is thuis in zowel rock-, folk- als bluesmuziek. En drummer Maxime Gosselin - met snor én baard, nam een EP op met de psychedelische indie rockband Passwords.

Hoe belangrijk is humor in je songs?
- Erg belangrijk! Want humor kan een manier zijn om serieuze zaken te communiceren. Schrijven is voor mij een soort van therapie - zoals dat voor de meeste schrijvers geldt, denk ik. Ik schrijf hoofdzakelijk herkenbare liefdesliedjes en break-up songs die twijfels en persoonlijke drama’tjes bevatten. In songs met meer beladenheid zoek ik altijd wel naar die ‘little twist’ van depressief naar een beetje meer luchtigheid. Ik wil ook niet als een jankerd overkomen, begrijp je wel?

Hoe vertaal je dat naar je podiumpresentatie?
- Dat vertaal ik niet naar een performance. Mijn optreden ís zoals ik ben. Natuurlijk, omdat je een instrument om hebt hangen, anders gekleed- en gefocust bent, lijkt je in eerste instantie misschien een personage. Maar het karakter zelf is écht Lisa LeBlanc. En haar optredens zijn altijd oprecht en energiek. Met namen de soul en rhythm-and-blues zanger Charles Bradley heeft mij daarin geïnspireerd. Zoals hij weer werd geïnspireerd door James Brown, en iemand anders weer door Mick Jagger wordt beïnvloed. Een goede vriendin van mij deed met haar band de openingsact voor de Rolling Stones in Quebec. Backstage zag ze een ouwe-mannen-club. Maar eenmaal on-stage ging het dak eraf! Dat kan na al die jaren alleen maar de kracht van oprechtheid zijn.

Tot slot Lisa, wat kunnen we op korte termijn nog van je verwachten?
- Nou, niet veel nieuws eigenlijk. We maken de tour af in 2018 en ik heb besloten om in 2019 een sabbatical te nemen na acht jaar non-stop reizen en optreden. Voorlopig éven geen studio of tour. Nee, ik zal zeker geen huisvrouw of thuisblijfmoeder worden. ‘I will get restless.’ Ik zou graag eens de artistieke leiding van een muziekgezelschap willen doen. Of een authentieke Cajun-band starten. In elk geval blijf ik lekker met muziek bezig. Want een carrière als artieste staat voor mij gelijk aan een levenslange muzikale ontdekkingstocht. Dat klinkt misschien vreemd met een ’sabbatical leave’ in het verschiet, maar het is wel noodzakelijk om creatief te blijven.

Holland International Blues Festival 2018

Geplaatst op 11 June 2018 om 20:28 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Lees hier het TBA? verslag: Window On The Future @ Holland International Blues Festival 2018 – Dag 2 met foto’s door: José Gallois - The Blues Alone?


Johan Derksen


Tommy Castro & the Painkillers


Marcus King Band


Laurence Jones w/ special guest Erwin Java


Joanne Shaw Taylor


Joe Bonamassa

Lees hier het verslag van dag1 met o.a. Jeff Beck

Ribs & Blues Festival – ma. 21 mei 2018

Geplaatst op 28 May 2018 om 20:36 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & MORE LOVE – Dag 3

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven.

De dames van THE BLUEBIRDS, Elske DeWall, Krystl en Rachèl Louise hebben ieder afzonderlijk hun weg bewandeld in de Nederlandse muziekscene. De drie Hollandse schonen besloten hun krachten te bundelen toen ze elkaars liefde voor Americana muziek ontdekten. De set begint met een krachtige North Mississippi Hill sound van lead-gitarist Ocker Gevaerts. De dames doen beurt om beurt vocaal een duit in het zakje en spelen alledrie de akoestisch gitaar maar Rachèl Louise bespeelt ook nog eens de toetsen vandaag. We horen achtereenvolgens een eerbetoon aan The Judds met ‘Why Not Me’, hun eigen geschreven single ‘Famous’ en Rachèl Louise zingt samen met haar broer Colin Lee die achter de drumm zit ‘Islands In The Stream’ wat ooit door Kenny Rogers en Dolly Parton werd vertolkt. De gitaarpartij van de nieuwe single ‘Loose Cannon’ brengt me even terug naar de intro’s die we kennen van Johnny Cash maar de country versie van Beyoncé’s ‘All The Single Ladies’ is de knaller van het optreden. [NJ]

In 2012 trad de Britse rockgitarist Alvin Lee (1944-2013) ter promotie van zijn laatste studioalbum ‘Still On The Road To Freedom’ op de Ribs & Blues Mainstage op. Het bleek zijn laatste liveshow te worden want op 6 maart 2013 overleed de gitaarlegende in Spanje. De live-opnames zijn later in 2013 overigens nog wel op CD uitgebracht als: “Alvin Lee – The Last Show.” Als begeleiders waren er toen geen TEN YEARS AFTER leden bij aanwezig. Toch vonden drummer Ric Lee en toetsenist Chick Churchill het nodig om TYA vanwege het 50-jarig bestaan nieuw leven in te blazen. Als bassist werd icoon Colin Hodgkinson gevraagd omdat Leo Lyons inmiddels een eigen band had (en de originele TYA-heren samen liever niet meer door één deur gaan). Hodgkinson begon in de jaren ‘60 al bij de Alexis Korner Band te bassen en deed dat vervolgens met ontelbare blues- en rock- grootheden. Tweevoudig British Blues Award winnaar Marcus Bonfanti stond als groot TYA-fan te popelen om ook mee te mogen doen en hoefde dus niet lang na te denken. Met het “50th Anniversary” album en de live plaat “The Name Remains The Same” als wapenfeiten konden de zalen en festivals weer bestormd worden. Want alleen de naam al en het bijpassend repertoire doet wonderen voor zo’n legendarische band.

Het grootste verschil met vroeger was natuurlijk het gemis van Alvin Lee. Zijn vingervlugge gitaarlicks en herkenbare stemgeluid blijven uniek. Maar chapeau voor Bonfanti die de meester geenszins trachtte te kopiëren. Hij speelde niet zoals Lee op een ‘Big Red’ Gibson maar gebruikte zijn vertrouwde bruine 1974 Gibson SG. Ook leunde deze TYA18 line-up niet louter op klassiekers. Onbekender werk en nieuw materiaal kwam ruimschoots aan bod (o.a. Land Of Vandals, Silverstone Lady, Last Night Of The Bottle, Losing The Dogs). En wederom was op deze broeierige 2e pinksterdag de ‘love & peace vibe’ helemaal aanwezig. “Stop the war!” brulde Bonfanti in I’d Love To Change The World; het V-teken met wijs- en middelvinger makend hooggeheven. One Of These Days (Bonfanti op de bluesharp), Hear Me Calling (incl. keyboard-solo door Chuck), Love Like A Man (“You roly-poly / All over town…”), I Say Yeah en Good Morning, Little Schoolgirl (Sonny Boy Williamson cover) waren de expliciete momenten van herkenning. Bassist Colin mocht samen met Marcus zijn ding doen in een instrumentale jam. Tot slot werd TYA’s allergrootste hit I’m Going Home enigszins slordig in de vijfde versnelling afgewerkt. Geen toegift, zoals Alvin Lee dat destijds met Rip It Up, als allerlaatste song op dit podium ooit, wél mocht doen. Maar met deze band leeft de live Le(e)gende weer voort. [GvdH]

De volgende act die ik ga bekijken op het Delta stage zijn BARRENCE WHITFIELD & The Savages. Barry White zoals Barrence écht heet komt uit New Jersey en is geschoold zoals zo vele Afro-Amerikanen in kerk. Na vele jaren te hebben opgetreden kreeg hij een platencontract bij Bloodshot Records en nam Soul Flowers Of Titan in 2018 op. Van dat album is ook de opener ‘Can’t You See What You’re Doing To Me’ waarmee Whitfield en band de eerste rock ‘n roll blast van de dag de kleine tent in katapulteert. De set is retestrak mede door de fantastisch drummer die speelt met ‘n zwarte en ‘n blanke drumstick en bassist Phil Lenker. Het swingt, Whitfield is enthousiast dat hij voor het eerst in Nederland mag optreden en geeft z’n allesie. De solo op de Reverend gitaar met maar liefst 3 pick-ups dor Peter Greenberg tijdens ‘The Cornerman’ alweer een eigen nummer is van grote klasse. [NJ]

De eerste keer dat we Leif de Leeuw als tiener zagen optreden was in 2009, net nadat de Amersfoorter zijn eerste Sena Young Talent Guitar Award had gewonnen. Nou zijn we niet zo van ‘de prijzen’ omdat muziekuitingen geen wedstrijden zijn en voorkeur (smaak) altijd persoonlijk blijft. Maar deze aanmoedigingsprijs voor jong talent was destijds niet meer dan terecht. Negen jaar en velen optredens (en nóg meer prijzen) later mag geconstateerd worden dat de ambitieuze gitarist zijn duwtje in de rug meer dan waar heeft gemaakt. Ook lijkt hij met de LEIF DE LEEUW BAND na een muzikale ontdekkingstocht met zijpaden naar synfo, soul, funk en progrock, zijn draai en identiteit nu helemaal gevonden te hebben. In hun lage landen bluesrock Leifstijl werden ook steeds meer invloeden van Southern rock hoorbaar. Dat bleek hen voortreffelijk te passen als sleetse casual jeans. Dus keek er niemand vreemd op toen de band kortstondig met een Allman Brothers tribute ging toeren. Ook op het recente ‘Live In Concert’ album staat een song (Whipping Post) van die legendarische band en een Warren Haynes cover: Fire In The Kitchen. Het publiek in Raalte liet hun waardering met dankbaar applaus blijken voor deze (nog steeds jonge maar meer volwassen klinkende) groep. [GvdH]

TIM KNOL kwam aanvankelijk niet in de Ribs & Blues line-up voor. Omdat Scott H. Biram door een gewijzigd tourschema afzegde, werd de West-Fries met zijn band alsnog geboekt. Ongewild(?) werd deze antiheld in 2010 als opkomend tieneridool gelanceerd. Het leverde hem veel radio airplay en o.a. optredens op Pinkpop en Lowlands op. Dat de inmiddels 27-jarige Knol al jaren een begenadigd liedjesschrijver is, was tóen al duidelijk. Maar sinds zijn samenwerking met Anne Soldaat (o.a. Daryll-Ann en Do-The-Undo) is hij muzikaal meer volwassen geworden. Ook zijn vriendschap met de Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Kevn Kinney (Drivin’ N’ Cryin’) heeft hem goed gedaan. De mannen stonden ontspannen en goedgeluimd op de DeltaStage met Knol als onbetwiste bandleider en Anne Soldaat als bescheiden gitaarvirtuoos. De geboren Groninger mag zonder twijfel één van de beste huidige Nederlandse gitaristen genoemd worden. Die met zijn spel blijkbaar ook ongekende krachten losmaakt in medemuzikanten.

Dit uitte zich onder meer in een gierende Gibson battle die halverwege de show samen met Tim ten gehore werd gebracht. Eerder werd vooral de toon gezet met luisterliedjes van Knol zijn nieuwe album “Cut the Wire”, zoals de single Sweet Melodies. Ook z’n waardering voor de betere Americana singer-songwriters als Townes Van Zandt en Gram Parsons stak Knol niet onder stoelen of banken. Met One Hundred Years From Now van The Byrds als wonderschoon eerbetoon. Voor de trouwe fans mochten Shallow Water en Sam (“mijn grootste hit: nr. 39 in de top-40!”) niet achterwegen blijven. Een uitvoering van de goedbedoelde Drivin’ N’ Cryin’ meezinger Straight To Hell vond ik persoonlijk minder goed uit de verf komen. Al met al – mede dankzij een degelijke begeleidingsband – een soeverein Ribs & Blues debuut van de vrijgevochten Tim Knol. [GvdH]

RYAN MC GARVEY zie ik alweer voor de derde keer optreden waarvan het twee keer dit festival was waar hij voor de derde keer te gast is. McGarvey komt uit Albuquerque, New Mexico en heeft kilometers gemaakt in de blues-rock maar blijft een beetje een statische muzikant. Er is over het algemeen genomen weinig interactie met het publiek maar daar tegenover staat dat ik wél kan concluderen dat de gitarist veel groei heeft doorgemaakt. Zijn begeleiders zijn niet de minste, de bassist Camine Rojas speelde o.a. bij David Bowie, Tina Turner en Joe Bonamassa en de drummer Logan Miles Nix die voor het eerst deel uitmaakt van dit kollectief. De act van Ryan McGarvey is van een ietwat statische act in de loop der jaren geëvolueerd naar een bijzondere, onvergetelijke show! [NJ]

Een optreden van RONNIE BAKER BROOKS is niet alleen een feestje om bij te wonen, met zijn guitige kop is deze forse bluesman ook prettig om te bekijken. Als hij gitaarsolo’s speelt trekt hij er een gezicht bij alsof-ie de liefde aan het bedrijven is. Zijn toetsenist daarentegen heeft grimassen of hij continue gepijnigd wordt. Werkelijk prachtig die beleving op het podium. Met alweer ruim drie decennia aan ervaring kan de 50-jarige Amerikaan putten uit vier soloalbums met onvervalste Chicago-blues en Stax-soul. Waarvan “Times Have Changed” (2017) – zijn meest recente album na 10 jaar – werd geproduceerd door Steve Jordan. Mede aangespoord door Jordan besloot Brooks zijn zwarte Gibson gitaar cleaner te laten klinken à la Robert Cray. Hetgeen de old-school Memphis RBB live-sound nóg meer recht doet. “Toch nog échte blues op dit festival!” hoorde ik iemand achter mij enthousiast uitroepen. Ondanks dat alle acts in Raalte blues-gerelateerde muziek maakte, was er weinig tegen die uitspraak in te brengen.

Uiteraard werd zijn laatste album hier live gepromoot, maar ook blues-traditionals zijn Brooks junior niet vreemd. Want hij is de zoon van de legendarische bluesclubgitarist Lonnie “Guitar Junior” Brooks (1953- 2017). In zijn jeugd heeft hij veel oude bluesknakkers bij hun thuis over de vloer zien komen en gaan. Maar ‘ome’ John Lee Hooker gaf hij – evenals zijn vader – het grootste eerbetoon op de DeltaStage. Met een publieksparticipatie bij wijze van overhoring: ‘I Just Wanna Make… LOVE TO YOU!!’ Test geslaagd, missie voltooid… Raalte zit gelukkig nog vol met volleerde blues fans! [GvdH]

DOUWE BOB mag het licht op de Main Stage uitdoen op deze 2018 editie van Ribs & Blues en staat garant voor een hele horde vaste (vrouwelijke) fans. De Amsterdammer, die zo uit de Caribean lijkt te komen incluis gemillimeterde haarstijl én gouden hoektand, heeft een bliksemcarrière doorgemaakt en is niet wars van een side-step in de muziekscene. Zo trad hij solo op, met band maar ook samen met band én een 7-mans strijkorkest het Dutch String Collective waarmee hij gearrangeerde pop ten gehore bracht zoals nummers van Harry Nilsson, Glen Campbell – beiden een begrijpelijke keuze – maar ook mindere begrijpelijke keuzes zoals het werk van Dusty Springfield. Douwe Bob Posthuma – zo luidt zijn achternaam – is een fantastische vocalist/gitarist die in het land veelvuldig op de kleinere podia de Americana en country ten gehore brengen. Ook al is de gemiddelde blues-adept vrij laatdunkend over de optreden van Knol en Douwe Bob op dit 22e Ribs & Blues, ik kan me moeilijk los rukken. De adrenaline is vanaf het eerste nummer waarneembaar; die andrenaline boost hebben we nodig na zo’n warme dag en ik laaf me samen met de vele toeschouwers die tot het einde de Domineeskamp in Raalte en Ribs & Blues 2018 trouw blijven ook al zijn we moe en moeten de meesten straks weer de wekker zetten voor de werkweek. Zijn band huist professionele muzikanten die inmiddels gewend zijn aan de verbale capriolen die Douwe Bob uithaalt zoals Matthijs “Duif” van Duijvenbode op de piano die tevens het management runt van Douwe Bob. Een rock ‘n roller, een bluesman, een country- en Americana-man, Douwe Bob een afsluiter die weet wat een feestje bouwen is maar vooral een allround talent wat Nederland dient te koesteren. [NJ]

Ribs & Blues Festival – zo. 20 mei 2018

Geplaatst op 25 May 2018 om 19:39 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

RIBS & BLUES & L.O.V.E. – Dag 2

Mede door het mooie weer leek de Summer of Love & Peace te herleven op de 22e editie van Ribs & Blues in Raalte. Veel bezoekers en artiesten waren luchtig gekleed en in een relaxte festival mood. In muzikaal opzicht droegen zowel de artiesten als de DJ’s die de pauzemuziek draaiden een zomers roots- en retro-steentje bij. (Her)beleef zondag 20 mei 2018 mee in ons fotoverslag door: José Gallois (fotografie). De teksten zijn van Nicolette Johns en van Giel van der Hoeven. Hier terug kijken (video).

Geheel volgens het THE BREW-motto “less is more”, maar hard, snel en met veel bravoure werd een vloedgolf aan geluid over de rap vollopende festivaltent uitgestort. Nog steeds zijn invloeden van The Who, Led Zeppelin (Jason Barwick geselde naar goed voorbeeld van Jimi Page zijn snaren weer met de strijkstok) en pak-um-beet Wolfmother hoorbaar. Met onvervalste roots in de jaren ’60 en ’70. Maar sinds het verschijnen van het album Shake The Tree (2016) zijn er ook elementen uit grunge en pakkende popmuziek te horen. Het concept staat als een oude eik met diepe groeven waarmee de beuk er steeds weer ingaat. [GvdH]

Behalve de New Orleans piano-blues invloeden, stoeit THE RAGTIME RUMOURS met gypsy jazz- en swingmuziek. Ze raggen er ook een flinke dosis rockabilly en hillbilly folk doorheen. De setlist kon wat ons betreft nog wel wat spannender maar muzikaal hebben de The Ragtime Rumours het dik voor mekaar. Door hun niet-traditionele instrumentarium ontstond er een eigen “rag ‘n roll” geluid waarbij het leek dat uit de diverse muziekgeneraties Django Reinhardt, Johnny Cash, Tom Waits en Pokey Lafarge het op een akkoordje gooiden. Ideale gangmakers om het festival extra flair te geven. [GvdH]

Het ziet er allemaal gelikt uit, de diverse theatertours hebben ongetwijfeld bijgedragen aan het professionalisme waarmee DANNY VERA en zijn mannen hier op een festival zo’n 10.000 man inpakt. Het jasje gaat uit, want zoals Vera claimt: “het is tering warm”. Vera wil graag dat het publiek een beetje meedoet “je hoeft niet keihard voor lul te staan maar dans een beetje mee”. Van het voorlaatste album horen we ‘Expandable Time’, dat mij een beetje ska-ritmisch overkomt, maar hij schreef ook een nummer over het feit dat er als je de tv aanzet er zoveel mensen te zien zijn die elkaar niet kunnen verdragen, Vera’s eigen woorden waren iets ongenuanceerder. ‘L.O.V.E.’ heet de song en ik zeg u dat is de eerste winnaar op dit festival, een lekker nummer waarbij iedereen aanwezig – fan van Americana en country of niet – we doen allemaal mee! [NJ]

THE DAWN BROTHERS brengt een mix van Americana en soulvolle Southernrock ten gehore waarbij alle muzikanten de vocalen delen. Waar hebben we dat meer gezien? Inderdaad bij The Band en dat is precies de band waar deze jongemannen veelvuldig in de pers mee vergeleken worden. De half open tent van het Delta Stage is nokkie vol voor deze jonge (de oudste is Rafael met 29 jaar) professionele en inmiddels doorgewinterde band. Doorgewinterd? Jazeker, want zij werden al reeds door Rockpalast Duitsland uitgenodigd om een show van anderhalf uur op te nemen (een aanrader!). Als ik voor hun podium sta voel ik me een soort van trots dat ik de mannen Rowan en Rafael al jong heb zien musiceren en hen nu zo zie uitgroeien tot full top musici. De kennismaking met Levi en Bas is een aangename, zeker bij het nummer ‘Vampire’. [NJ]

JEANGU MACROOY is hét voorbeeld van een succes story, slechts een viertal jaar geleden kwam de 24 jarige, helft van een tweeling, Jeangu vanuit Suriname naar Nederland en zette zijn eerste stappen op de Nederlandse podia begeleid door niemand minder dan componist en producer Pieter Perquin a.k.a. Perquisite. Binnen no time had de jongeman uit Paramaribo een platendeal op zak en was het voor Macrooy slechts een kwestie van enkele maanden eer hij zijn opwachting maakte op het North Sea Festival en bij DWDD. We zijn onder de indruk van Macrooy maar hadden toch graag gezien dat hij zijn set wat meer op het festival afgestemd had, dan had hij ook de reguliere festivalbezoeker bij de lurven gegrepen. [NJ]

Headbangend gaat frontlady JACKIE VENSON erin! Ondanks dat Venson de vrouwelijke Gary Clark Jr. genoemd wordt in de media, merk ik dat ik vooral aan Brittany Howard van de Alabama Shakes denk. Jackie’s stem klinkt lekker, een beetje een randje, wat rokerig maar toch komt het soms wat monotoon over, haar gitaarskills daerentegen maken dit meer dan goed. Toch lijkt het dat Venson wat uit haar comfortzone is gehaald door problemen met het geluid eerder in de set; ze blijft een beetje nukken en morren en laat haar bassist dit opknappen. Een subtielere aanwijzing zou chic geweest zijn. [NJ]

In Raalte bestond THE BINTANGS bandsamenstelling uit: zanger/bassist Frank Kraaijeveld, drummer Burt van der Meij, gitarist/zanger Marco Nicola en Dagomar Jansen op gitaar, zang en mondharmonica. Zij zorgen ervoor dat deze trein zonder eindpunt noest door blijft denderen. Pleines’ vocalen zijn natuurlijk niet te evenaren (tijdens de succesperiode werd de band ook wel “de Nederlandse Rolling Stones” genoemd), maar met name dankzij Kraaijeveld’s gruizige stemgeluid en de vuig-klinkende gitaren blijft de flagrante Bintangs-sound wél in stand. Én door al die bekende Bintangs-klassiekers uiteraard. Off The Hook, La Femme Sans Tête, Agnes Grey, Travellin´ In The U.S.A., Mona Lisa, Ridin´ On The L & N…..elke Nederlandse bluesrock-liefhebber herkent ze wel, of je wilt of niet. [GvdH]

LISA LEBLANC heeft zo haar eigen kijk op de liefde. Songs van haar hand als: I Love You I Don’t Love You I Don’t Know, Dump the Guy ASAP, Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee? en You Look Like Trouble But I Guess I Do Too, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. Muzikaal kregen we een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans/Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf maar heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is. Want een carrière als artieste staat voor deze kittige tante gelijk aan een levenslange ontdekkingstocht: “I think it’s something you can discover all your life.” (Lees later een interview met Lisa LeBlanc hier bij TBA?).

Ondanks dat de aanvang van het optreden (buiten hun schuld) een vertraging van ruim een half uur had opgelopen, kwam de fleurig geklede Lisa breed lachend het podium opgewandeld. Die lach verdween gedurende het gehele optreden niet meer van haar stralende meisjesgezicht. Ze had het naar haar zin en ze bracht die vibe ongemerkt over op het steeds enthousiaster wordende publiek. Maar ook op haar besnorde begeleiders op de drums, bas- en elektrische gitaar. Als een exotisch wervelwindje op de banjo, triangel(!), akoestische- en elektrische gitaar baande ze zich soepeltjes een weg door haar repertoire van twee albums en een EP. Waarvan sfeervolle folky Frans- en Engelstalige luisterliedjes – zoals bijv. 5748 KM, solo op de akoestische gitaar – werden afgewisseld met swingende full-band rockin’ songs. Waarbij de verrassend goede Motörhead-cover Ace of Spades op de banjo de ultieme uitsmijter was. Een versie die Lemmy in zijn graf heeft moeten doen glimlachen. C’était excellent Lisa! [GvdH]

Lachy Doley staat nog niet zo heel lang op eigen benen en is de afgelopen jaren vooral ondersteunend geweest aan fameuze collega-artiesten als Joe Bonamassa, Chad Smith, Glenn Hughes en Jimmy Barnes, die stuk voor stuk lovend zijn over zijn toetsenkunsten. Als ‘gereedschap’ gebruikt Doley een ’57 Hammond C3 orgel en een vintage 70’s Whammy Clavinet. Het moet gezegd, daar excelleert hij fabuleus op! Niet voor niets is zijn bijnaam ‘Jimi Hendrix van het Hammondorgel.’ Ook is hij gezegend met een krachtige bluesy soulstem (of soulvolle blues-stem, zo u wilt). Waardoor covers als Use Me (Bill Withers) en Jealous Guy (John Lennon) helemaal tot z’n recht komen. Ook de songs van zijn drie soloplaten sinds 2015 mogen er wezen. Live wordt deze Aussie in zijn LACHY DOLEY GROUP slechts bijgestaan door drummer Massimo Buonanno en bassist Chris Pearson. Waardoor je op den duur – ondanks Doley’s toetsen-virtuositeit – tóch wel het geluid van een gitaar gaat missen. Desondanks heerlijke Lazy chill-out blues tijdens deze zonnige festivalmiddag. [GvdH]

De in Australië geboren en in L.A. woonachtige gitarist HAMISH ANDERSON was één van de verrassingen van dit Ribs & Blues festival. Niet zozeer vanwege zijn originaliteit. Integendeel. Anderson (26 jr.) is eerder een traditionele rockmuzikant dan een vernieuwer. Maar wel eentje met groot talent voor prozaïsch songwriting en bovengemiddeld goed op de gitaar. Hij bewandelt gebaande bluesrock paden waarop hij o.a. ongegeneerd put uit- en flirt met Stones-klassiekers (Honky Tonk Women, Miss You). Maar hij doet dat op een zodanige eigen wijze dat het toch weer onalledaags klinkt. Zelf zegt hij overigens het meest door The Beatles beïnvloed te zijn, hetgeen wellicht zijn melodieuze songs verklaart. Op het podium neemt hij een lekkere laconieke houding aan, zoals bijv. Tom Petty dat ook altijd had. Én in bepaalde songs lijkt zijn stem warempel nog op die van de Amerikaanse rocker ook! Toch bespeurde ik in zijn ballads en de meer folky songs – op sommige momenten – ook gelijkenis met singer-songwriter en cultheld Jeff Buckley.

Niet geheel toevallig werd Anderson’s debuutalbum ‘Trouble’ (2016) geproduceerd door Jim Scott, die o.a. ook plaatwerk van Tom Petty produceerde. Uiteraard speelde hij veel nummers van die CD, waaronder een groovy versie van Hold On Me en de dromerige ballade U. Maar ook werk van zijn eerder verschenen EP’s, zoals Howl, Burn en Little Lies werden verkondigd en zonder morren geslikt. Begeleid door een gedisciplineerde strakke band met o.a. een ‘supervette’ lady-bassplayer rammelde hij ook nog eens de ene na de andere solo uit zijn gitaren. Met Little Red Rooster liet Hamish horen ook de authentieke blues tot in de vingertoppen te beheersen. Ongetwijfeld een blijvertje waar we nog vaak en veel van zullen gaan horen. [GvdH]

Het allerlaatste optreden van gitarist Erwin Java met de bnad KING OF THE WORLD. Al na twee nummers kan er geen mens meer bij in de grote tent op het Domineeskamp. Tja, de band speelt natuurlijk een beetje voor eigen publiek – ze komen uit het oosten/noorden van het land – maar ik zie ook vele bekende Brabanders met het KOTW t-shirt vol liefde naar gebodene kijken. Govert van der Kolm, de toetsenist van de band, is ondanks de hitte niet te beroerd om zijn ‘capriolen met de Hammond’ uit te halen. Hij speelt vol passie maar niet alleen met de handen maar ook met het achterste, met de voeten, staat zelfs op de Hammond. Het is een opzwepend schouwspel waar Raalte geen genoeg van kan krijgen. Java is natuurlijk ‘hors categorie’ en ik ben ondanks dat de set swingt een beetje triest. Maar met een vrolijkere noot gaat KOTW eruit; Ruud Weber zet het Temptations succesnummer ‘Papa Was A Rolling Stone’ in en de hele tent zingt en danst mee. Bedankt voor alle mooie optredens en vooral voor alle liefde voor muziek die jullie met vier man zo prachtig hebben weten weer te geven én te delen! [NJ]

De laatste band op de DeltaStage deze dag was de stringband PERT NEAR SANDSTONE. Een band uit Minnesota die volgens vaste R&B host en aankondiger Jaap Harmsen niet alleen raad zouden weten met Bluegrass maar: “met allerlei soorten gras”. De groep bracht sinds 2005 acht albums uit waarvan de eerste live-opnames waren. Onlangs werd dit vijftal (ironisch?) verkozen tot ‘knapste band van de VS’. Ovallend, temeer omdat deze handsome dudes in niets iets hebben van pronkende popsterren. Meest ordinary guy is wel de bebrilde tapper Matt Cartier die zich van het begin tot het einde ritmisch-huppelend op clogs in het zweet werkte. Inderdaad, tot groot genoegen van de dames vooraan in het publiek, die zich bij elk kledingstuk dat uitging steeds meer amuseerden.

Op een enkele cover na (The Band’s: The Shape I’m In) spelen ze authentiek en eigen werk. Met prachtige toepasselijke country-titels als: Okanagan Valley, Skillet Good & Greasy, Fishing Reel, Bloom Again, Rattlesnake, I’ve Been Traveling, 20 Cups of Coffee, June Apple, Down in the Holler, Crow Black Chicken, Hell I’d Pay, Green Valley Waltz, enz. Het laatste half uur van dit optreden kon ik bij maanlicht vanaf de geïmproviseerde houten tribune meebeleven. Met een uitzicht en klanken die een sfeertje opriepen gelijk het live-album Just Outside of Sandstone (2005). Inclusief dansende lokale Sallandse deerntjes in Western jurkjes en beschonken boerenjongens op klompen. Want hedendaagse jubelende volksmuziek zoals bluegrass is van alle tijden, in alle windstreken. [GvdH]

Afsluiters van deze eerste Pinksterdag 2018 op de Mainstage zijn THE BRANDOS. Een Amerikaanse rootsrockband die ontstond in de vorige eeuw. Ik wil het proberen dit optreden uit te zitten maar de dag eist zijn tol en doordat ik in het geheel geen speelplezier kan waarnemen krijg ik geen ‘boost’. Toegegeven de teksten zijn geengageerd maar toch zie ik vele toeschouwers de weg naar huis/camping of hotel inzetten. Toch zijn we dankbaar voor alle liefde die we vandaag hebben mogen ervaren, liefde voor het publiek, liefde voor een instrument maar vooral liefde voor muziekmaken. Het was een warme, mooie en vermoeiende dag. Morgen wordt het nóg warmer maar ook dan mag TBA? hopelijk weer veel liefde voor muziek waarnemen. [NJ]