Het 17e Blues aan Zee festival: zeer aantrekkelijk en supergezellig

Geplaatst op 11 November 2018 om 23:41 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

gezien & gehoord in: De Noviteit in Monster Westland
evenement: 17e Blues aan Zee festival
met: Eric Steckel (USA) + Johnny Feel Good met speciale gast Oscar Benton + The Ragtime Rumours + Blame it on Vinnie (B) + Low Society (USA) + Ben Prestage (USA)
datum: zaterdag 10 november 2018
tekst door: Giel van der Hoeven
foto’s door: © Johan Sonneveld [alle foto’s]

Het programma van het 17e Blues aan Zee festival - samengesteld door de BaZ-spotters Ger Bus en Anton van Meerkerk - werd op voorhand door kenners en liefhebbers aangeduid als ‘zeer aantrekkelijk.’ Dit met namen omdat muzikanten uit ‘het land van de blues’ goed vertegenwoordigd waren. Want de helft van de zes optredende acts waren afkomstig uit de Verenigde Staten. Maar de overige Nederlandse en Vlaamse artiesten deden daar in De Noviteit zeker niet voor onder. Hierdoor ontstond er in het voormalige klooster van Monster een kwalitatief hoogstaand én supergezellig festival, dat menig bluesliefhebber kon bekoren.

Zij die er op tijd bij waren konden in de Kloosterkelder direct al genieten van een voortreffelijk optreden door THE RAGTIME RUMOURS. 100% Nederlands maar afgelopen jaar wél trotse vertegenwoordigers tijdens de internationale blues challenge in Memphis USA. Sterk beïnvloed door Amerikaanse ragtime-, piano-blues-, gypsy jazz- en swingmuziek zetten het Limburgse viertal een puike show neer. Voorman Tom Janssen (zang, gitaar, banjo) wist als de aimabele drijvende kracht de band op te zwepen en het publiek moeiteloos anderhalf uur lang te boeien. Soms met een vleugje humor maar steeds muzikaal gedreven. Met Thimo Gijezen (gitaren, piano, accordeon), Sjaak Korstens (drums, wasbord, kazoo) en Niki van der Schuren (contrabas, baritonsax, dwarsfluit) was deze multi-instrumentale band zeker het luisteren én aankijken waard. Waarbij jongedame Niki ook veel bewondering oogstte als jazzy zangeres met een hoog kippenvel gehalte.

Ondertussen hadden de Vlaamse vrienden Wim “Howlin’ Bill” de Vos en Gerrie De Waard (ex-Scotch ‘n Soda) op het akoestische podium The Juke Joint plaats genomen. Opererend onder de mysterieuze naam BLAME IT ON VINNIE speelden ze, volgens Wim, ‘veel nummers van dode en dikke Amerikanen.’ Een licht cynische uitspraak waarna uitvoeringen volgden met groot respect. Blues, rock ’n roll en country… of wat je allemaal kunt doen met een akoestische gitaar, een mondharmonica en krachtig Vlaams stemgeluid in Engelstalige bewoordingen. Soms gebracht met droefenis zoals in “St. James Infirmary (Blues)", een versie die de haartjes op de huid rechtop deden staan. En soms ook met veel jolijt, vooral wanneer Wim zijn mini-schuiftrompet ter hand nam, zoals in het jazzstandardnummer “Minnie the Moocher". En zelfs in een mooie mix van vreugde en verdriet: in “Hard Times Come And Go” van de Amerikaanse folkmuzikant Pokey LaFarge. Overigens een nog levende jonge slanke Amerikaan… maar wij nemen niemand iets kwalijk.

De leden van gelegenheidsband JOHNNY FEEL GOOD, rondom Barrelhouse gitarist Johnny LaPorte, zijn samen goed voor meer dan 300 jaar blues ervaring. Daar is de leeftijd van de bijna 70-jarige gastvocalist Oscar Benton niet eens bij opgeteld. Het zestal begon op de Mainstage met in de eerste set zanger Jan “JURA” Blaauw. Op een spontane manier met veel dynamiek die de volle zaal direct ‘in the mood’ bracht. Want veel Blues aan Zee bezoekers gooien graag de beentjes los, en dat kon volop met ‘feelgood’ Johnny en zijn band. Maar ook slow blues en shuffles kwamen volop aan bod. In de tweede set volgde het moment waar iedereen naar uitkeek: de terugkeer van de Nederlandse blueslegende OSCAR BENTON. Als een ware bluesbrother (zwart kostuum, gleufhoed en zonnebril) betrad de Haarlemmer het podium. Met een half dozijn songs en een stukje improvisatie trakteerde hij de Noviteit op een heerlijke dosis jeugdsentiment. Met de Europese hit “Bensonhurst Blues” als kers op de taart in dit feestje der herkenning. Een groots eerbetoon van- en aan een artiest die na zijn gezondheidsproblemen nog steeds ‘his mojo workin’ heeft.

LOW SOCIETY is de band van het echtpaar Sturgis Nikides (gitaar, zang) en Mandy Lemons (zang) uit Memphis, Tennessee. Voor deze najaarstour aangevuld met het Belgische ritmetandem Jacky Verstraeten (basgitaar) en Bart De Bruecker (drums). Wie van smerige low down bluesmuziek houdt, met vinnige slide-guitar partijen en titanische vocalen, mag deze band niet missen! En gelukkig was die belangstelling er ook voldoende in de Kloosterkelder, ondanks de concurrentie van top-acts in de andere twee zalen. Low Society belichaamt de blues van iedereen, zowel rebellie, ontevredenheid als vreugde hoor je erin terug. Het kwartet laat blues, rock ’n roll, country en soul samensmelten tot een verbluffend geheel. De boomlange ervaren Nikides speelt rauwe gitaarblues zoals het bedoeld is! En Mandy Lemons heeft een verrukkelijke vrouwelijke bluesstem: hees, grommend en krachtig. Die vanaf het openingsnummer “Sugar Coated Love” tot aan de toegift, Koko Taylor’s “Voodoo Woman” - dat ze hevig bonkend met haar vuist op de vloer afsloot - recht overeind bleef staan. Met haar blonde haren schuddend en haar lijf kronkelend danste en zong ze vol overgave. Waarbij het leek of de kleine dame in kwestie wel 23 longen had! Of het nu de hartverscheurende ballads zoals John Prine’s “Angel From Montgomery” betrof, het ludieke “Mr. Crump” (met een knipoog naar Trump) of het cabareteske uptempo “Raccoon Song". Absoluut een festival hoogtepunt.

Ook uit de VS (Zuid-Florida) kwam de Bluegrass-zanger BEN PRESTAGE. Desondanks ook een beetje een Hollander want hij toert hier al ruim tien jaar en at broodjes kroket na afloop van zijn optreden. Evenals vijf jaar geleden bracht de innemende baardmans met z’n onafscheidelijke Train Engineer pet zijn one-man-band weer mee naar The Juke Joint. Gitaren, banjo’s, cigarbox, drums, cimbalen, percussie, harmonica… je kan het zo gek niet bedenken, zijn instrumentarium lijkt per optreden toe te nemen. Zijn Swamp blues bevat invloeden uit genres als met name zydeco en Cajun. Wat hij als eenmansband weet te mêleren tot zompige met whisky doordrenkte Mississippi blues. Instrumentals en vocale songs met verrassende wendingen waarbij je niet stil kan blijven zitten. Zijn setlist bevat eigen werk - sinds 2002 heeft hij zeven CD’s op zijn naam staan - maar ook traditionals en covers van o.a. Muddy Waters ("Can’t Be Satisfied"), Willie Dixon ("Backdoor Man") en Bukka White ("Jitterbug Swing"). Ben is een straatmuzikant in hart en nieren en een fenomenaal talent, die op de podia wellicht nog teveel wordt miskend. [Ben Prestage interview 2011]

De 28-jarige singer-songwriter en gitarist ERIC STECKEL uit Allentown in Pennsylvania stond als 14-jarige aanstormende gitaarheld al eens eerder op een Blues aan Zee podium. Toen nog in strandpaviljoen Bondi Beach op het Monsterse strand. Inmiddels is de kleine bluesrock veteraan zó door de wol geverfd dat hij zich muzikaal kan meten met de grote gitaarhelden van deze tijd. En dat was ook af te meten aan de range Knaggs gitaren en de torens Bogner en Diezel versterkers die hij meebracht. Voor deze Europese herfsttour werd Eric bijgestaan door de Rotterdamse ritmesectie Jos Kamps op de basgitaar en drummer Henri Van Den Berg (van o.a. Orgel Vreten). Het trio kon putten uit een repertoire van maar liefst elf Steckel-albums waaronder de nieuwe plaat ‘Polyphonic Prayer’ genaamd. Soulvolle bluesrock en een heavy rock geluid combineert Eric met veel passie tot een eigen bluesmetal sound dat ook de Noviteit op de grondvesten deed schudden. Zijn energieke gitaarspel en ophitsende performance werkte dusdanig aanstekelijk op het publiek dat er een heuse concert hall sfeer ontstond. Waarbij ook nieuwe songs als o.a. “Waitin’ For The Bus” en de bluesballad “We’re Still Friends” er als zoete koek ingingen bij de ruim tweehonderd Blues aan Zee festivalbezoekers. De 17e editie was er eentje die het predicaat ‘zeer aantrekkelijk’ absoluut verdiende. [Eric Steckel interview 2013]

Helden [zkv nr. 85 - 2018]

Geplaatst op 27 October 2018 om 15:25 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Helden

Het noemen van namen van bekende personen is in een geschreven tekst vaak niet wenselijk. Althans, niet als doel dat hiermee de belangrijkheid van de schrijver zélf wordt aangetoond. Ofwel: namedropping is not done, om maar eens een chille Nederlandse uitdrukking te gebruiken. Want het valt me op dat er – uit imago-overweging – in het populaire taalgebruik steeds meer Engelse leenwoorden voorkomen.

Ik ben geen taalpurist en niet tegen verengelsing van onze taal. Maar ik vraag me wel af, of Engels te pas en te onpas wel zo cool is? Dat is ook zo’n modieuze term: cool. Wij gebruikte vroeger ‘blits’ als informeel woord voor geweldig. Net als ‘hip’ een typische jaren ‘70 kreet. Maar nog steeds een indrukwekkend Nederlandstalig woord, wat mij betreft. In die zin kunnen we een goed voorbeeld nemen aan onze Zuiderburen: in Vlaanderen is ‘Engelse taalinvasie’ minder indringend. Daar hebben ze verpozing voor levend volk op antenne, in plaats van oer-Hollands: live tv-entertainment.

Terug naar het ‘namen noemen’. Ik geneer me daarvoor niet in mijn stukjes. Integendeel. Veel verhalen komen juist tot stand na inspiratie door bepaalde beroemdheden! Of zelfs, na ontmoetingen met persoonlijke helden, toevallig of als fan. En eerlijk gezegd vielen die korte confrontaties allemaal wat tegen. Dat had te maken met (te) hoge verwachtingen en (te) korte tijd die veelal met zo’n meet & greet gepaard ging. Zowel Willem van Hanegem, Bruce Springsteen als Jules Deelder (een greep uit mijn helden reeks) waren ingetogen en weinig spraakzaam toen we oog in oog stonden. Daarbij vond ik ze alle drie, ondanks hun grootse voorkomen, nogal klein van stuk.

Je wilt van een idool dat hij in levenden lijve is als in het veld, op ‘t podium of in het theater. En dat diegene zich gedraagt volgens zijn of haar gewrocht. Het tegendeel is meestal waar.

Alleen Herman Brood was een uitzondering. Hij bleef onder alle omstandigheden zichzelf. Dat wil zeggen, hij zag zichzelf als een merk (had ook een Dr.Pepper tatoeage op z’n arm) en gedroeg zich daar naar. Hij vergeleek de adoratie voor hem zelfs met aanbidding aan Jezus Christus.

‘Namedropping is used by people who think they are cool, but are not,’ volgens de Urban Dictionary… godzijdank.

Laat mijn generatie X de blits maar maken.

[uit: De Vorm Van Meer Dingen Die Voorbijgingen - nog 50 ZKV’s - verschijnt in maart 2019 GvdH-BNB]

Wat leuks [a September to remember]

Geplaatst op 30 September 2018 om 17:50 uur door Giel

Wat leuks [GvdH - 2018]

Ga niet bij de pakken neerzitten
Ga niet op ‘n ander zitten vitten
Ga niet naar buiten als het waait
Ga niet op ‘t gazon; pas ingezaaid

Ga niet met vreemde mannen mee!
Ga niet met een luchtbedje in zee
Ga niet herhaaldelijk in overtreding
Ga niet motorrijden in zomerkleding

Ga niet in je eentje lopen ploeteren
Ga niet onnodig zitten toeteren
Ga niet met slippers achter het stuur
Ga niet zitten knoeien met zoutzuur

Ga niet naaktzwemmen in een kanaal
Ga niet zitten klieren in ‘t klaslokaal
Ga niet om anderen zitten grienen
Ga niet de hele wereld bedienen, maar

Ga wat leuks doen, alsjeblieft
Droom, reis en wordt verliefd

‘Singing Sweet home Alabama all summer long’

Geplaatst op 5 August 2018 om 12:00 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail


Meeting w/ Jan: It’s Only Rock ‘n Texel, but we like it!


Come sail your ships around me - And burn your bridges down


The heat is still on!


26 years Savoir Fair


Summer BBQ @home

De muzikale roadtrip van Lisa LeBlanc [interview]

Geplaatst op 24 July 2018 om 14:03 uur door Giel

Twitter facebook YouTube E-mail

Exclusief interview met: Lisa LeBlanc
tekst & video: Giel van der Hoeven
foto’s: José Galloise © The Blues Alone?
locatie: Ribs & Blues Festival 2018 in Raalte
datum: zondag 20 mei 2018

Lisa LeBlanc (1990) heeft zo haar eigen kijk op het leven en op de liefde. Songs van haar hand als: ‘I Love You I Don’t Love You I Don’t Know’ (met Award-winning singer Sam Roberts), ‘Dump the Guy ASAP’, ‘Could You Wait ‘Til I’ve Had My Coffee?’ en ‘You Look Like Trouble But I Guess I Do Too’, lopen tekstueel over van de twijfels en persoonlijke drama’tjes. Maar ze staan vooral bol van het cynisme. En dat wil Lisa gerust uitleggen in een interview aan TBA? zegt ze lachend. Ze spreekt Engels met een grappig Frans accent, ’sorry, I’m trying to find my words here’ en ze geniet van de vibe tijdens haar eerste Nederlandse festivalbezoek. Als ze later in een feloranje jurkje en knalgele maillot breed lachend het podium op stapt, krijgt het publiek een pittige culturele mix van “Folk-trash” voorgeschoteld. Een etiket dat de Frans-Canadese singer-songwriter voor het gemak zelf heeft geplakt op de uiteenlopende muziekstijlen die ze aan het verkennen is in een muzikale roadtrip.

Hallo Lisa, is dit je eerste bezoek aan Nederland?
- Als optredend artiest wel. Als toerist ben ik eerder een paar dagen in Amsterdam geweest, zoals zoveel van mijn Canadese landgenoten.

Je bent Canadese en van Acadians Franse oorsprong?
- Ja dat klopt. Ik ben geboren in Rosaireville, New Brunswick en tweetalig opgevoed. Mijn moedertaal is Frans, ik ging ook naar Franstalige scholen, maar je hoort zoveel Engels om je heen dat je die taal als kind onbewust oppakt. De Acadians zijn afstammelingen van Franse kolonisten die zich in de 17e en 18e eeuw in Acadia vestigden. Dus, het huidige Quebec, New Brunswick en Nova Scotia. Het woord Acadians is in loop van de tijd trouwens verbasterd tot Cajuns.

Is het voor een Frans-Canadese artiest lastiger om Engelstalige muziek uit te brengen?
- Dat hangt ervan af van hoe je er zelf in staat. Traditioneel is het zo dat artiesten uit Quebec alleen in de provincie hun werk uitbrengen en er optreden, wat met meer dan achtmiljoen inwoners ook geen straf is. Maar de jongere (pop/rock) generatie is toch meer geneigd om grenzen te verleggen. Letterlijk en figuurlijk. Ik ‘hussle between the communities’ zeg ik altijd maar.

Wist je als kind al dat je professioneel muzikante zou worden?
- Ja, sinds mijn 12e jaar weet ik dat dit mijn roeping is. Rond mijn 14e jaar componeerde ik al eigen songs en deed ik kleine optredens in bars. En toen ik 20 jaar was werd ik verkozen tot veelbelovende singer-songwriter op het ‘Festival international de la chanson de Granby’. Een belangrijk evenement in Granby (Quebec) dat dit jaar in september het 50-jarig jubileum viert.

Eh ja… maar gaan meisjes van 14 jaar - zelfs in Canada - niet achter boybands aan?
- Hihi, nee dat niet. Maar ik was wel een normale puber hoor! Geen boybands, ik was op die leeftijd juist een groot classicrockfan. Aerosmith, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bon Jovi, Heart. Oh, en Fleetwood Mac, ik wilde óók ooit een Stevie Nicks worden! Vreemd genoeg heb ik een Canadees singer-songwriter als Neil Young pas de laatste jaren ontdekt. Een album als ‘On the Beach’ (1974) is echt te gek. Er valt voor mij nog zóveel goede muziek uit te pluizen… ‘it’s something you can discover all your life.’

Wat maakte het leven als kind verder leuk aan de oostkust van Canada?
- Ik ben een echt plattelandsmeisje, ik genoot- en geniet nog steeds van de natuur. En tja, ik was al jong met muziek bezig. Dus tijd om te sporten of iets dergelijks was er niet. Dat was ook niet iets wat m’n ouders stimuleerden of zo. Ik heb één oudere broer. Hij is ook muzikant en zanger. Wie weet gaan we ooit nog eens samen optreden.

Wanneer kwam het keerpunt dat je muziek een mix van “Folk-trash” werd, zoals je het zelf beschrijft?
- Ehm, ja eigenlijk ben is dus begonnen als rock-’n-roller, haha. Die energie en rauwheid van rockmuziek sprak mij nou eenmaal enorm aan. Maar ik kom uit een omgeving waar veel cajun-, country-, bluegrass-, roots- en bluesmuziek gemaakt werd. Met ook nog eens het jaarlijkse Harvest Jazz & Blues Festival in de buurt, in Fredericton, New Brunswick. Ik moest daar aanvankelijk niet zoveel van hebben en vertrok naar de grote stad, Montreal. Maar de banjo ging wél mee en ik ontdekte dat je dat instrument op vele manieren kan toepassen.

Welke instrumenten bespeel je allemaal?
- Akoestische- en elektrische gitaar, mandoline en banjo… én triangel, haha. Ik kan sinds kort ook twee songs op de viool spelen. Maar daar waag ik mij nog maar niet aan op het podium.

Wanneer schrijf je liever songs: als je thuis bent of onderweg?
- Laat ik het zo zeggen: onderweg beleef je het meeste, dus dat zou meer voor de hand liggen. Maar hele songs schrijven ‘on the road’ is me nog niet gelukt. Ik probeer het mezelf wel eigen te maken maar voorlopig blijft het bij notities en fragmenten die ik later thuis wel voor nieuwe songs gebruik.

Wat is de belangrijkste boodschap die je te vertellen hebt met je songteksten?
- Jeetje, ik ben niet zo van grote boodschappen hoor. Mijn teksten zijn gewoon persoonlijke verhaaltjes over liefde en vriendschap in eerlijke folk-country liedjes. Liedjes die je op duizend manieren kan interpreteren en spelen, dat houdt het ook spannend. En áls ik al een boodschap heb, dan is het dat ik de mensen graag beter wil leren kennen.

Je debuutalbum ‘Lisa LeBlanc’ (2013) was Franstalig, daarna volgden een Engelstalige EP ‘Highways, Heartaches and Time Well Wasted’ (2014). Het 3de album ‘Why You Wanna Leave, Runaway Queen?’ (2016) is Engelstalig met twee Franstalige songs. Blijf je altijd tweetalig schrijven en zingen?
- Ja, dat denk ik wel. Ik vind het prettig om in beide talen te schrijven. De Engelse taal is uiteraard meer internationaal gericht. En mijn moedertaal is toch Frans… of meer Frenglish, een macaronische mix van het Frans en Engels. Maar ik kan met beide talen goed uit de voeten.

Je laatste plaat heeft ook duidelijk een ander geluid dan die eerste twee. Is dat volwassenheid?
- Wellicht. Behalve artiest ben ik ook een groot muziekliefhebber die zoveel mogelijk probeert te ontdekken. Dat album kwam tot stand na een roadtrip van twee maanden door de VS. Op een ontdekkingstocht door Nashville, Lafayette, New Orleans, Austin, Asheville en New York heb ik zóveel nieuwe dingen gehoord! Dat heeft ongetwijfeld ook invloed gehad op mijn schrijfstijl en manier van musiceren. In Blackpot Camp in Eunice, Louisiana verwierf ik nieuwe vaardigheden om mijn gitaar- en banjo-technieken te verfijnen. Ik heb in workshops Cajun-muziek leren spelen - wie had dat gedacht?! Zoals Appalachian old time banjo, clawhammer style en flatpicking bluegrass, three-finger style.

Stoort het je als - met een nummer zoals ‘You Look Like Trouble (But I Guess I Do Too) - er een vergelijking wordt gemaakt met Mumford & Sons? (’Little Lion Man’)
- Oh ja, doen mensen dat? Grappig. Nou, als men Mumford & Sons goed vindt is dat natuurlijk een compliment voor mij. En zo niet, dan niet. Hahaha.

Was de titelsong ‘Highways, Heartaches en Time Well Wasted’ (2014) geïnspireerd door de soundtrack van Ennio Morricone’s ‘Once Upon a Time in the West’?
- Zeker. Ik ben dol op de sfeer van spaghettiwesterns en die soundtracks. Maar ook fraaie Hawaiiaanse muziek hoor ik graag. Mijn albums kan je ook beluisteren als een verzameling roadsongs geïnspireerd door belevenissen en de mensen die ik tijdens mijn reizen ontmoet heb.

De track ‘Why Does It Feel So Lonely (When You Are Around)?’ bevat zelfs een orkestarrangement …
- ‘Haha, that’s our little splurge,’… lekker over de top. We wilde eens luxe doen en huurden een strijkkwartet in voor 20 seconden, haha.

Waarom koos je ‘Ace Of Spades’ van Motörhead als coversong?
- Met deze band speel ik al ruim zeven jaar samen en het zijn allemaal metalheads van oorsprong, haha. Wij zien er misschien braaf uit maar in de tourbus gaan we hélemaal los op Metallica, Megadeth en Motörhead! Dus er móest gewoon een metal-song op de setlist komen te staan; ‘to play the shit out of our lives! Whaha.’

Is dat te doen als enige vrouw in de band? En stel de mannen eens voor?
- Tuurlijk! ‘It’s one crazy bunch of dudes, but they are all sweethearts.’ Maar om een onduidelijke reden zijn ze ineens allemaal behaard, haha. De bandleden zijn gitarist Mico Roy - met snor, hij speelde met het New Brunswick indie folk trio Les Hay Babies. Bassist Benoit Morier - met snor, speelt ook gitaar en is thuis in zowel rock-, folk- als bluesmuziek. En drummer Maxime Gosselin - met snor én baard, nam een EP op met de psychedelische indie rockband Passwords.

Hoe belangrijk is humor in je songs?
- Erg belangrijk! Want humor kan een manier zijn om serieuze zaken te communiceren. Schrijven is voor mij een soort van therapie - zoals dat voor de meeste schrijvers geldt, denk ik. Ik schrijf hoofdzakelijk herkenbare liefdesliedjes en break-up songs die twijfels en persoonlijke drama’tjes bevatten. In songs met meer beladenheid zoek ik altijd wel naar die ‘little twist’ van depressief naar een beetje meer luchtigheid. Ik wil ook niet als een jankerd overkomen, begrijp je wel?

Hoe vertaal je dat naar je podiumpresentatie?
- Dat vertaal ik niet naar een performance. Mijn optreden ís zoals ik ben. Natuurlijk, omdat je een instrument om hebt hangen, anders gekleed- en gefocust bent, lijkt je in eerste instantie misschien een personage. Maar het karakter zelf is écht Lisa LeBlanc. En haar optredens zijn altijd oprecht en energiek. Met namen de soul en rhythm-and-blues zanger Charles Bradley heeft mij daarin geïnspireerd. Zoals hij weer werd geïnspireerd door James Brown, en iemand anders weer door Mick Jagger wordt beïnvloed. Een goede vriendin van mij deed met haar band de openingsact voor de Rolling Stones in Quebec. Backstage zag ze een ouwe-mannen-club. Maar eenmaal on-stage ging het dak eraf! Dat kan na al die jaren alleen maar de kracht van oprechtheid zijn.

Tot slot Lisa, wat kunnen we op korte termijn nog van je verwachten?
- Nou, niet veel nieuws eigenlijk. We maken de tour af in 2018 en ik heb besloten om in 2019 een sabbatical te nemen na acht jaar non-stop reizen en optreden. Voorlopig éven geen studio of tour. Nee, ik zal zeker geen huisvrouw of thuisblijfmoeder worden. ‘I will get restless.’ Ik zou graag eens de artistieke leiding van een muziekgezelschap willen doen. Of een authentieke Cajun-band starten. In elk geval blijf ik lekker met muziek bezig. Want een carrière als artieste staat voor mij gelijk aan een levenslange muzikale ontdekkingstocht. Dat klinkt misschien vreemd met een ’sabbatical leave’ in het verschiet, maar het is wel noodzakelijk om creatief te blijven.